Waarom SEECE?

Duurzame elektrische energie stroomt in steeds grotere hoeveelheden door de aders van het elektriciteitsnet. Die toename brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Er zijn bijvoorbeeld te weinig technici om duurzame-energievraagstukken op te lossen.

In 2014 was 16 procent van de energie, die in Europa werd gebruikt, duurzaam. Nederland kende een beduidend lager percentage: 5,5 procent. Er is een lange weg te gaan naar een duurzame energievoorziening. Maar die weg is al wel ingeslagen.

Transitie

Er is een transitie gaande, van een fossiele naar een duurzame energievoorziening. In het document Hernieuwbare Energie uit 2014 staat dat 14 procent van de gebruikte energie in 2020 afkomstig moet zijn uit hernieuwbare bronnen. Datzelfde percentage wordt genoemd in het energieakkoord, dat in 2013 werd ondertekend. In 2050 moet de hele energievoorziening duurzaam zijn, staat in hetzelfde akkoord.

Nederland staat natuurlijk niet alleen in de strijd tegen CO2-uitstoot. In 2015 ondertekenden 195 landen een klimaatverdrag in Parijs. Daar staan afspraken in voor het terugdringen van CO2-uitstoot, waarmee de temperatuurstijging op aarde niet hoger moet uitkomen dan 2 graden Celcius.

Afspraken

Om aan die afspraken te voldoen is actie nodig. Nederland zet onder andere in op energiebesparing. Met name in de gebouwde omgeving, in de industrie en in de agrarische sector. In het energieakkoord wordt een besparing van 100 petajoule per 2020 genoemd. Om een idee te geven van de hoeveelheid: één petajoule staat gelijk aan 31,60 miljoen kubieke meter aardgas.

Die besparing vergroot het aandeel duurzame energie, maar is niet voldoende. Er moet ook meer duurzame energie worden opgewekt. Een groot deel van de duurzame elektriciteit in Nederland zal komen van windmolens op zee. Deze moeten 4450 megawatt opwekken in 2023. Een stuk meer dan de 1000 megawatt die de parken in 2013 opwekten.

Duurzame elektriciteit

Dat soort projecten leveren technische uitdagingen op, die vragen om nieuwe energietechnologie. Om een voorbeeld te geven dat met windenergie op zee te maken heeft: hoogspanningsnetbeheerder TenneT bouwde onlangs het grootste en krachtigste ‘stopcontact op zee’ om wisselstroom om te zetten naar gelijkstroom. Deze omvormer heeft de grootte van een voetbalveld.

En als de stroom van zee naar land getransporteerd is, komt die terecht in het reguliere elektriciteitsnet. Een net dat gebouwd is voor elektriciteit die grotendeels wordt opgewekt in gas- en kolencentrales. Centrales die op commando meer of minder elektriciteit kunnen produceren, wanneer dat nodig is. Windmolenparken kunnen daarentegen veel stroom produceren, wanneer die op dat moment niet nodig is. Wat gebeurt er met die stroom?

Betrouwbaarheid en betaalbaarheid

Dat soort technische vraagstukken worden behandeld door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Onderwijsinstellingen en bedrijven doen samen onderzoek naar nieuwe technologie. Zo startte de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) onlangs een nieuw lectoraat: Reliable Power Supply. Dit wordt geleid door bijzonder lector Rob Ross, die tevens bij hoogspanningsnetbeheerder Tennet actief is.

Dit lectoraat houdt zich - zoals de naam al zegt - bezig met de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening. Maar daar blijft het niet bij. Dit lectoraat, en andere onderdelen van SEECE, hebben ook een sterke focus op de betaalbaarheid van energie. Innovaties moeten aan de ene kant technische problemen oplossen, maar ook financieel interessant zijn.


Klik hier voor een overzicht met onderzoeksgroepen die bij SEECE betrokken zijn

Energie-onderwijs

De resultaten van energieonderzoek vloeien terug in het onderwijs van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Studenten van de Faculteit Techniek krijgen in hun reguliere onderwijs te maken met energietechniek en komen regelmatig in aanraking met de beroepspraktijk. Zij gaan bijvoorbeeld op excursie en voeren opdrachten uit voor energiebedrijven.

Die focus op energie is hard nodig. De opkomst van nieuwe energietechnologie zorgt voor een nieuw soort banen. De kennis en vaardigheden die nodig zijn voor de energievoorziening van de toekomst, zijn momenteel te weinig ingebed in de organisaties die daar verantwoordelijk voor zijn. Om daar verandering in te brengen, is goed onderwijs noodzakelijk.

Een andere reden waarom SEECE het aantal energietechnici laat groeien, is vergrijzing. De energiesector kent de komende jaren een enorme uitstroom van technici die met pensioen gaan. Het aantal technici dat de komende jaren afstudeert, is niet groot genoeg om die uitstroom te compenseren. Uit cijfers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) blijkt dat er, tussen 2013 en 2018, 52.000 hbo-technici nodig zijn om de uitstroom in de technieksector op te vangen.

Lees meer

Wilt u weten hoe SEECE deze uitdagingen te lijf gaat? Ga naar de pagina over seece