TOEKOMST VAN HET PLATTELAND: MEER VERBINDING ONDERWIJS EN BEDRIJFSLEVEN NODIG

Op 21 november vond de studiedag ‘De toekomst van het platteland’ plaats met als centraal thema: ‘Hoe kunnen innovatief onderwijs, scholing en projecten voor een leven lang leren, een blijvende vitalisering op het Platteland en in de Krimpgebieden stimuleren?’ Gedeputeerde Bea Schouten, professor Bettina Bock en dr. Frans de Vijlder namen het woord. 


Op de HAN kwamen ruim 100 belangstellenden samen voor een inspirerende studiedag, georganiseerd door HAN Centre of Expertise Krachtige Kernen, Universiteit van Amsterdam (UVA): Kring Geografie en Planologie & Kring Andragologie en Learn for Life (Rural Academy). Allemaal deelnemers met een hart voor het platteland en haar toekomst. 

Maar liefst 74 procent van Nederland bestaat uit platteland en er wonen 5 miljoen mensen. Na een aantal moeilijke jaren met hoge werkloosheid trekt de Nederlandse economie sterk aan. Dit geldt in mindere mate voor het platteland en de ‘krimpgebieden’. De vraag is: hoe houden we het platteland vitaal? In het welkom van Henk Hijink, voorzitter Learn for Life (Rural Academy), geeft hij al een voorzet: “Leg de nadruk op verbinden.”
 


Interessant worden voor studenten

Dagvoorzitter Ben van Essen, oud-voorzitter van de Vereniging van Kleine Kernen, gaat erover in gesprek met gedeputeerde Bea Schouten van de provincie Gelderland. “Nederland is meer dan Randstedelijk gebied. De wereld stopt niet in Utrecht. Het platteland ontwikkelt in balans met de groei in Nederland. Ook op het platteland is werkgelegenheid, maar daar moet meer aandacht voor komen. Verbinding met onderwijs is daarbij heel belangrijk. In de regio Gelderland is bijvoorbeeld veel ‘smart industry’ en is logistiek een belangrijke sector, waarvoor veel hoogopgeleide mensen nodig zijn. Vroegtijdige samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs in de vorm van stage, leerwerkplekken en onderzoek is een kans, maar ook volwassenonderwijs. Het is dus belangrijk om vanuit onderwijs samen te werken met het bedrijfsleven. Om meer te werken met stages, leerwerkplekken en onderzoek.” 

“Het beeld moet naar buiten dat hier kansen liggen. Het is belangrijk om in de breedte interessant te worden. Door samen te werken met bedrijven, kunnen we in de regio stages aanbieden. Als er ook mogelijkheden zijn om op kamers te gaan of meer praktijkgericht te leren, blijven studenten langer in de regio wonen en werken. Dat is dus mijn tip: blijf interessant! Laat zien wat je in huis hebt.”


Op het platteland maak jij het verschil

Dat beaamt ook professor dr. ir. Bettina Bock van Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University & Research. “Hier op het platteland kun je echt wat betekenen! Je kunt hier echt een verschil maken. Er is ruimte voor innovatie en je kunt meteen met interessante vraagstukken aan de slag. Dat is de boodschap die we aan studenten moeten meegeven.” In haar keynote vertelt professor Bock over de actuele trends op het platteland, wat zij liever het ommeland noemt. “Steden breiden steeds verder uit, ze slokken dorpen op, we moeten oppassen dat we niet één grote metropool krijgen. Dat heet welvaart, maar heeft ook nadelen, denk aan de hoge woningprijzen en de vele files. Daar kan het platteland op inspelen, waar nog wel ruimte is. Het platteland en de stad kan elkaar versterken, met goede infrastructuur en interessante, duurzame ontwikkelingen kunnen we samen bewegen”.

Ook vertelt ze dat veel dorpen een andere cultuur krijgen door de komst van nieuwe inwoners. “Boerderijen worden verbouwd, agrarisch land opgekocht voor andere doeleinden. Met nieuwe inwoners komt ook andere cultuur.” Een voorbeeld dat Bock aanhaalt, komt uit Frankrijk, waar al sinds de jaren zestig sprake is van leegloop en krimp. In de Dordogne bouwden ze een vliegveld om de infrastructuur te verbeteren. Daarmee kwamen vooral meer toeristen, die huizen opkochten. Hierdoor stegen de woningprijzen en veranderde de cultuur van de streek. Fransen trekken daar nog steeds weg.

Op het platteland is ruimte voor innovatie
In bijvoorbeeld de Achterhoek en Noord-Limburg is ook leegloop. Wat kunnen we hieraan doen? “Integraal beleid van de overheid werkt niet altijd op het platteland. Juist hier is ruimte voor innovatie, ontwikkelingen waar heel Nederland iets aan heeft. Je moet het lokaal aanpakken wil je de leegloop tegengaan. Buiten de gebaande paden. Dorpen komen met interessante oplossingen om het leefbaar te houden: denk aan multifunctionele centra waar zorg, wonen, leren en leven onder één dak zit. We moeten het samen doen.”


Nadruk op samenwerken

Dr. Frans de Vijlder, HAN-lid van het Lectoraat Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke organisaties en Kenniscentrum Publieke Zaak, sluit zich hierbij aan. “Waar is behoefte aan en hoe maken we dit kenbaar aan lokaal en nationaal bestuur? De mooie voorbeeldprojecten worden niet gezien door de overheid. Daarvoor moet ook het lokaal bestuur veranderen van een presterende en rechtmatige overheid in een netwerkende en participerende overheid. Er moet meer nadruk komen op samenwerken en experimenteren. Dat is ook meteen mijn tip voor het onderwijs: participeer in lerende netwerken om ingewikkelde vraagstukken verder te brengen. Midden in de praktijk om direct oplossingen te bedenken die werken.”
Professor dr. Ton Notten van Kring Andragologie (UVA) vult dat in het forum nog even aan. “Nieuwsgierigheid, argwaan en innovatie, dat zijn de punten waar we ons onderwijs op moeten richten. Wat kunnen we van elkaar leren? Ga kijken bij elkaar in de keuken. En denk in kansen in plaats van in beleid.” Professor Bock voegt daar nog aan toe: “Hoe wil je dat het leven in jouw dorp is? Hoe kom ik daar? Als je op die manier terugdenkt, weet je welke stappen je moet nemen.”

In de middag waren er een vijftal workshops waaruit aanbevelingen kwamen. De organisatie doet een appel op de overheid, maar ook aan de deelnemers van de studiedag om met deze tips en adviezen aan de slag te gaan.
Het appel vind je hier.
Benieuwd naar wat er nog meer verteld is?
Download hier de presentaties