Toolbar
header foto

De belangrijkste keuzes in de energietransitie

Onze energiehuishouding gaat op de schop. Dat is vastgesteld in het Klimaatakkoord. Voor Nederland geldt dat in 2050 de elektriciteitsvoorziening voor 95 procent CO2-neutraal moet zijn.

Daarvoor is nog veel nodig, bijvoorbeeld kabels, (tijdelijk) open straten, windparken en zonnepanelen. Waar vooral behoefte aan is, is een duidelijk visie en mensen met gespecialiseerde kennis. En laat daar nu net een schrijnend tekort aan zijn.

Energie van de toekomst
Netbeheer Nederland schetst in het rapport ‘Het Energiesysteem van de Toekomst’ een viertal scenario’s hoe de energievoorziening er in 2050 uit kan zien, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. De vraag naar meer elektriciteit is daarbij gigantisch. Iets waar het elektriciteitsnetwerk in Nederland op dit moment nog lang niet klaar voor is.

Willen we dat wel zijn, dan is het noodzakelijk dat er zo snel mogelijk een eenduidige visie vanuit de overheid komt. Voor energiebedrijven is 2050 al enorm dichtbij, de werkzaamheden vragen jaren. Want waar moet die naar schatting 80.000 kilometer kabel komen te liggen? En waar komt dat nieuwe windpark? Gisteren beginnen was beter geweest dan vandaag. 

Integraal systeem
De keuzes die worden gemaakt, moeten een duidelijke visie met zich meebrengen. Die visie heeft namelijk consequenties voor ruimtegebruik, kosten en uitvoeringsduur. Zo kunnen de netbeheerders op de juiste plek aan de slag. De afstemming van het aanbod van en de vraag naar energie is dus nog een hele klus.

Dat beaamt ook Ballard Asare-Bediako, programmalijnmanager Onderzoek en Innovatie bij SEECE en hoofddocent en onderzoeker bij het lectoraat Meet- en Regeltechniek. Hij opteert dan ook voor een integraal systeem. “We moeten de verbinding zoeken tussen warmte, wind, waterstof en elektriciteit. Op zoek naar een systeem dat kan samenwerken.”

Mensen met kennis
Aan de uitvoerende kant leiden de keuzes die de overheid moet maken, vanuit de klimaatplannen, tot veel werk. Werk waar opgeleide professionals klaar voor moeten zijn. “Het huidige educatiesysteem moet zich verder aanpassen aan het beleid dat gevolgd gaat worden,” stelt Asare-Bediako. “We moeten onze studenten zo opleiden dat ze weten wat de energietransitie morgen van hen vraagt. Daarom is samenwerking met het werkveld zeer belangrijk en lopen studenten bij netbeheerders, consultants en mkb’ers in de energiesector rond. Zo leren zij al van de kennis van nu.”

Voor de kennis van morgen is er bij de HAN aanbod voor om- en bijscholing. “Veel kennis van vroeger voldoet niet meer, bijvoorbeeld door de toenemende vraag aan energietransport en -opslag. Alleen over op elektriciteit, waar vroeger alle aandacht naar uitging, is haast niet te betalen en dus zijn warmte, wind, gas en waterstof net zo belangrijk. Studenten moeten dan ook veel meer weten van een systeem dat integraal werkt. Ze moeten kennis hebben van de samenwerking tussen verschillende energievormen nu de druk op het elektriciteitsnet minimaal verdubbeld.”

Breed perspectief
De energietransitie is veel ingewikkelder dan het aanleggen van meer kabels en bepalen waar een wind- of zonnepark komt. Impact kan op allerlei manieren worden gemaakt. Asare-Bediako: “Bij de HAN onderzoeken we bijvoorbeeld hoe een laadpaal voor een elektrische auto zoveel mogelijk het elektriciteitsnet kan ontlasten. Ook kijken we naar hybride warmtepompen, pompen die elektriciteit gebruiken en op groen gas overgaan als het elektriciteitsnet overbelast raakt.”

Er zijn talloze voorbeelden te noemen. Zo zijn huizen in oudere wijken vaak minder goed geïsoleerd. Ze vragen daarmee meer warmte (energie). Het is de vraag hoe je daarmee omgaat. Weer een ander project kijkt naar de impact van seizoenen op de energieopslag en -voorziening.” Kortom: er staat - moet - nog héél veel te gebeuren om de energietransitie waar te maken. “En daar zijn echt héél veel mensen die daar kennis van hebben voor nodig,” benadrukt Asare-Bediako.

 

Bron: HANnl