Toolbar
header foto

Doekle Terpstra: Werkveld en beroepsonderwijs zijn in positieve zin tot elkaar veroordeeld

Hoe stoom je installatietechnici klaar voor een vak dat razendsnel verandert? Vanuit SEECE storten de HAN en de installatiesector zich gezamenlijk op die vraag. Doekle Terpstra, voorzitter van brancheorganisatie Techniek Nederland, vertelt over het belang van een structurele samenwerking met het hoger beroepsonderwijs.

Voor 2050 moeten zeven miljoen woningen en één miljoen andere gebouwen van het aardgas af, zo is afgesproken in het Klimaatakkoord. Als eerste stap moeten in 2030 anderhalf miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Het is een van de klimaatmaatregelen die de enorme omvang van de energietransitie laat zien. De komende dertig jaar wordt keihard gewerkt aan een CO₂-vrije samenleving.

De installatiebranche is nauw betrokken bij deze ontwikkeling. Installatieprofessionals ontwerpen, plaatsen en onderhouden – vaak complexe – energiesystemen. Maar er is een probleem: er is een nijpend personeelstekort. Al in 2017 luidde Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland (destijds UNETO-VNI), de noodklok. Hij waarschuwde voor een tekort aan 20.000 vakmensen in vier jaar tijd. En er zijn niet alleen méér mensen nodig, er zijn ook ándere installatietechnici nodig.

Toekomstbestendige technici
Om toekomstbestendige arbeidskrachten op te leiden, werkt Techniek Nederland via SEECE samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). De HAN en de brancheorganisatie roepen sinds 2019 gezamenlijk projecten in het leven en bouwen deze verder uit. ‘De tijd van pionieren is voorbij’, zegt Terpstra over de samenwerking. ‘Nu moeten we structureel verankeren. Het gesprek met elkaar gaande houden en hindermacht weghalen, voor zover die bestaat.’

In 2019 lanceerden Techniek Nederland, de HAN en andere kennisinstellingen het samenwerkingsverband Human Capital for Building Technology (HUB). HUB stimuleert praktijkgericht onderzoek in gebouwgebonden installatietechnologie en versterkt de relatie tussen het hbo en de vraag vanuit het bedrijfsleven. HUB zorgt ook voor samenwerking tussen docentenplatforms, bestaande centres of expertise, hogescholen en bedrijven.

‘Op deze manier hebben we permanent de voelsprieten uitstaan ten opzichte van elkaar. Het onderwijs snapt steeds beter wat de dynamiek van installatietechniek is. Maar ook onze leden, die niet gewend zijn om samen te werken met het hbo, snappen beter hoe de wereld van het hoger beroepsonderwijs zich ontwikkelt en manifesteert. Door elkaar te spreken, elkaar in de ogen te kijken en elkaars cultuur te begrijpen kom je uiteindelijk verder.’

Het belang van hbo
Het hoger beroepsonderwijs wordt steeds belangrijker voor de installatiesector. ‘Van oudsher zou je kunnen zeggen dat we een mbo-gelieerde sector zijn. Maar je ziet dat, door de snelheid van verandering, samenwerking met het hbo steeds urgenter wordt.’ De installatietechnicus van vandaag heeft andere skills nodig dan die van gister. Je ziet dat de techniek een soort upgrading meemaakt en dat daardoor steeds meer behoefte is om samenwerking met hogescholen vorm te geven.’

Terpstra neemt de utiliteitsbouw als voorbeeld. ‘Een gebouw wordt in toenemende mate een smart building met heel veel technische systemen aan de binnenkant, én heel veel data. Die data leveren enorm veel informatie op, bijvoorbeeld voor het optimaliseren van beheer en onderhoud. Data kunnen ook nieuwe dienstverleningsconcepten opleveren. ICT is niet meer weg te denken uit de technieksector.’ Installaties raken bovendien met elkaar verweven; daardoor is behoefte aan mensen die niet alleen met losse installaties kunnen werken, maar hele systemen kunnen overzien.

Voor SEECE zijn goed-opgeleide installatietechnici van belang omdat ze bijdragen aan de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de energievoorziening. Vanuit de installatiebranche wordt nagedacht over hoe – bijvoorbeeld – gebouweigenaren hun energiegebruik kunnen terugdringen en slim duurzame energie kunnen afnemen op het moment dat die ruim voorradig is. Oftewel: slimme installatiesystemen ontlasten de energie-infrastructuur, verlagen de CO₂-uitstoot en kunnen grootschalige investeringen in energienetten zelfs overbodig maken.

Succesvolle associate degree-opleiding
De samenwerking tussen Techniek Nederland en de HAN werpt zijn vruchten af. Vorig jaar werd bij de HAN de associate degree-opleiding Gebouwgebonden Installatietechniek ontwikkeld en gestart, in samenwerking met bedrijven. Installatietechnici kunnen dit onderwijstraject volgen terwijl ze in dienst zijn bij een bedrijf. Dit studiejaar ging de opleiding voor de tweede keer van start. ‘Vorig jaar zijn we begonnen met een klein groepje, nu zijn er 32 deelnemers’, zegt Terpstra enthousiast. ‘Dat geeft aan dat er behoefte vanuit het werkveld is.’

In de nabije toekomst wordt het gemakkelijker om de tweejarige opleiding Gebouwgebonden Installatietechniek te combineren met werk. De modules worden kleiner, waardoor meer maatwerk mogelijk is, en een deel van het curriculum wordt meer tijds- en plaats-onafhankelijk. Door in overleg met bedrijven te kijken welke vormen van leren het best passen bij de student en realiseerbaar zijn in zijn werkcontext, wordt ook de leercultuur in de sector gestimuleerd.

Een andere samenwerking tussen de HAN en Techniek Nederland is te zien, tijdens de jaarlijkse Techathon. Studenten van verschillende onderwijsinstellingen werken samen met young professionals van installatiebedrijven aan een vraagstuk van het Rijksvastgoedbedrijf; dat wil het oude stationspostgebouw in Arnhem ontwikkelen tot circulair vastgoed. Deelnemers aan de Techathon onderzoeken in een dag welke technieken het beste bij deze herontwikkeling passen en welke businesscase geschikt is.

Onderwijs en werkveld dichterbij elkaar
‘Dit is zo ontzettend leuk. Dat je studenten van het hbo, maar ook uit het mbo, na laat denken over een maatschappelijk vraagstuk. In een dag wordt alles in een pressurecooker gezet en moet er een oplossing komen. […] Het competitieve van zo’n dag kan ook helpen om een maatschappelijk relevant thema goed bij de kop te pakken en een onvoorziene oplossing te krijgen die ook verder wordt gebracht.’

Gezamenlijke projecten brengen het werkveld en het onderwijs dichterbij elkaar. En dat is belangrijk, benadrukt Terpstra. ‘We moeten zoveel mogelijk barrières tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt zien te slechten. Het beroepsonderwijs is het beste beroepsonderwijs als ze snapt wat er in de praktijk gebeurt en daarin mee kan bewegen. Maar ook het bedrijfsleven kan het beste product leveren als het snapt wat er in het onderwijs gebeurt.’

‘Samenwerking tussen beroepsonderwijs en werkveld is geen speeltje’, sluit Terpstra af. 'Het is bittere noodzaak om te kunnen doen wat de samenleving van het beroepsonderwijs vraagt: goed opgeleide mensen neerzetten voor de arbeidsmarkt van morgen en overmorgen. Het is onder meer van belang om jonge mensen van het begin af aan al meenemen in de beroepspraktijk. Het werkveld en beroepsonderwijs zijn in positieve zin tot elkaar veroordeeld.’