Elf statushouders klaargestoomd voor werken en leren in de techniek

Het voorbereidend halfjaar ‘leren en werken in de techniek’ voor gevluchte technici zit erop. 10 juli kregen de deelnemers hun certificaat uitgereikt op het Industriepark Kleefse Waard in Arnhem.

Deeltijdstudenten en de initiators van het onderwijstraject waar zij aan deelnemen (van UAF, HAN Talencentrum en SEECE)

Het contrast met vijfeneenhalve maand geleden is levensgroot. Destijds druppelden de twaalf deelnemers aan het statushouderstraject drie kilometer verderop in een lokaal van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) onzeker binnen. Aftastende blikken, vragende gezichten, alsof iedereen dacht: ‘Wat staat ons te wachten?’ Hoe anders is het vandaag. De acht aanwezigen – één deelnemer haakte af, drie anderen kunnen niet aanwezig zijn – praten onbevangen met elkaar en docenten. De stemming is opgewekt, de deelnemers en docenten lijken blij om elkaar te zien.

Misschien ook omdat het coronavirus roet in het eten gooide en voor fysieke afstand zorgde. Jan Oosting, programmalijnmanager bij SEECE voorafgaand aan de uitreiking: ‘Het was vrij bizar. We waren net zeven weken onderweg toen de coronacrisis begon. In een korte tijd hebben we alles omgegooid van offline naar online. Van de voorgenomen groepsopdrachten en bedrijfsbezoeken kwam weinig meer terecht, dat is heel jammer. Gelukkig hebben we de tijd alsnog goed besteed. Naast de online cursussen en lessen heeft iedereen bijvoorbeeld een veiligheidscertificaat behaald. Die moeten de studenten toch hebben wanneer ze in een technische omgeving aan de slag gaan.’

Nieuwe kennis en vaardigheden

Even verderop zit Mohamad Alshaban. Hoe hij terugkijkt op de afgelopen periode? Mohamad: ‘Ik heb dingen geleerd die ik nooit had verwacht. Vooral de taallessen hebben me erg geholpen. Maar ook de professionele vaardigheden zijn zeer bruikbaar. Dat ken ik vanuit Syrië helemaal niet. Je oriënteren, solliciteren, rapporteren: het is allemaal erg bruikbaar.’ Mohamad begint in september met een technische associate degree-opleiding Werktuigbouwkunde. De benodigde werkervaringsplek heeft hij al geregeld, vertelt hij. Hij gaat werken bij Bosch Thermotechniek in Deventer.

Dan begint de uitreiking. UAF-directeur Mardjan Seighali spreekt de deelnemers toe: ‘Het afgelopen jaar was een periode vol bijzonderheden. De lockdown heeft ons allemaal geraakt. Dat jullie hier ondanks de crisis zitten en jullie certificaat krijgen is een grote prestatie. Jullie mogen trots zijn op jullie zelf. Ik weet uit eigen ervaring dat het niet makkelijk is om de taal en de cultuur te leren, maar jullie hebben een grote stap gezet. Mede dankzij de inzet van mensen die geloven in jullie talent.’ Mardjan wijst naar de hoek van de zaal waar de medewerkers van het HAN Talencentrum, expertisecentrum SEECE en het UAF zitten. ‘Applaus graag.’

Mooie woorden

Zodra het geluid is neergedaald worden de deelnemers een voor een naar voren geroepen en getrakteerd op mooie woorden, bloemen, een aandenken in een lijst en natuurlijk het certificaat. Badr Ali is de eerste. Over hem zegt taaldocent Hugo Klapmuts: ‘Als ik Badr zie, zie ik een positieve, vrolijke man, iemand die zin heeft om te leren en aan het werk te gaan. Hij heeft me vaak verteld dat hij van betekenis wil zijn voor zijn omgeving en voor zijn gezin. Als ik vraag hoe het met zijn pasgeboren zoon gaat, tovert hij een glimlach van oor tot oor op zijn gezicht. Badr is bovendien iemand die nieuw geleerde stof altijd gebruikt. Wanneer hij nieuwe woorden heeft geleerd merk je dat direct. Badr, ik wens je veel succes.’

Na Badr volgen de andere zeven deelnemers een voor een. Over Ilyas zegt Mieke de Vries van expertisecentrum SEECE: ‘Toen hij ging solliciteren bij Witteveen en Bos dacht ik: als hij kalm blijft, komt het goed. Toen hij me die avond opbelde en zei dat het gesprek goed ging sprong ik een gat in de lucht.’ En later over de verlegen Sara Mahfoud, moeder van twee kinderen en de enige deelnemer die heeft besloten om niet verder te studeren: ‘Ik vind het heel erg knap dat je niet hebt opgegeven en vandaag ook je certificaat krijgt.’

Betaalde werkervaringsplek

Na een uur vol mooie en bemoedigende woorden zegt Jan: ‘Nu zit het er echt op. Vijf van jullie hebben al een betaalde werkervaringsplek gevonden en ik weet zeker dat het de rest ook gaat lukken. Hanni en Mieke gaan jullie daarbij helpen de komende periode. Ik wens jullie allemaal heel veel succes. Als het op techniek aankomt kan ik jullie niets leren, maar om jullie in het eerste semester van jullie studie te helpen, richten we een clubje op waarin we af en toe bijpraten. Daarna kunnen jullie het zelf, dat weet ik zeker.’

Nadat iedereen op de foto is gezet, de begeleiders zijn bedankt en de studenten een voor een de zaal verlaten gaat Sabine Maresch van het HAN Talencentrum op een stoel zitten. Ze glimlacht en zegt: ‘Hier doe je het voor, ik krijg hier heel veel energie van. Ik kijk met veel trots op het afgelopen halfjaar terug. De deelnemers hebben er veel uitgesleept en waren super gemotiveerd, ondanks alle corona-uitdagingen. We hebben evaluatieformulieren uitgedeeld en zijn natuurlijk benieuwd wat daarin staat.’ Of er een vervolg komt? ‘Daar denken we wel over na. We zouden het graag nog eens doen, voor technici maar wellicht ook voor de zorgsector. De vraag vanuit bedrijven is groot, of er genoeg talentvolle statushouders zijn weet ik niet. We willen vast blijven houden aan onze strenge selectie.’

Voorbij barrières

Tot slot vragen we Hanni Wongsosumarto van het UAF naar haar ervaringen met het traject. Ze zegt dat ze onder de indruk was van de groep tijdens de lessen die ze online gaf, maar dat niets op kan tegen een bijeenkomst zoals vandaag: ‘Dit is waar het om draait: de ontmoeting. Ik heb echt genoten van de mooie woorden van de docenten over de deelnemers. Dat geeft een goed beeld van deze talentvolle groep, eigenlijk waren het stuk voor stuk testimonials. Zagen de werkgevers dit maar.’ Ze pauzeert en zegt dan: ‘Deelnemers die al een baan hebben gevonden zijn aangenomen door mensen die voorbij barrières willen kijken. Dat is de kern van het verhaal, want uiteindelijk zijn dit allemaal heel talentvolle professionals.’