Toolbar
header foto

Energietransitie op wijkniveau brengt een ‘topteam’ van professionals samen

Elf partijen dienden een subsidieaanvraag in voor het project Knooppunt Wijkenergie. Tijdens de aanvraagperiode ontstond een waardevol netwerk, dat een integrale aanpak voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving nastreeft.

Ze leggen de fundering voor een wijkgerichte energietransitie. Een samenwerkingsverband met Klimaatverbond Nederland, Alliander, Van Wijnen, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Energiesamen, Avans, Windesheim, OpenRemote, Fakton, Quintel en Nevision wil een nieuw institutioneel, integraal en innovatief ontwerp ontwikkelen op basis van energiegemeenschappen. Het consortium richt zich op het niveau van een woonwijk.

De partijen dienden in oktober een subsidieaanvraag in voor het project Knooppunt Wijkenergie. Uiterlijk in januari 2021 hoort het consortium of deze wordt goedgekeurd. Maar – of de aanvraag gehonoreerd wordt of niet – het werk van de afgelopen maanden leverde al een belangrijk resultaat op: er is een sector-overstijgend team ontstaan, dat gezamenlijk een maatschappelijk probleem wil oplossen. Er worden al andere uitdagingen samen besproken.

Andere schaalniveaus
Penvoerder van de aanvraag is bouwconcern Van Wijnen; een partij die zijn vizier op de toekomst heeft gericht, vertelt Christiaan Logtenberg. Hij is directeur van een verduurzamingstak van het bedrijf: WDW. ‘Het is een bedrijf dat een grote stap voorwaarts maakt, onder andere door de bouw van een grote nieuwe fabriek in Heerenveen. Daar rollen straks geprefabriceerde nieuwbouwwoningen uit. Er is sprake van een hoge industrialisatie en digitalisering.’

Van Wijnen zoekt, net als veel andere bedrijven, naar nieuwe werkwijzen in de energietransitie. Een van de redenen daarvoor: de onderneming opereert in toenemende mate op andere schaalniveaus. ‘We waren gewend om verduurzaming van bestaand vastgoed te doen op complexniveau, met name voor de woningbouwcorporaties. Maar we kregen steeds vaker uitvragen om voorbij complexniveaus te kijken’, zegt Logtenberg. Bijvoorbeeld naar nabijgelegen koopwoningen en scholen.

Een belangrijk schaalniveau wordt dat van de woonwijk. ‘We denken dat een groot deel van de energietransitie op dat niveau plaatsvindt. Dat komt naar voren in de regionale energiestrategieën, warmtetransitievisies en wijkuitvoeringsplannen waarmee onze klanten te maken krijgen. We kijken dus nadrukkelijk naar het schaalniveau van de wijk en wat de energietransitie daarin betekent’, aldus Logtenberg.

Vraag naar kennis
Van Wijnen is niet de enige partij die behoefte heeft aan kennis over de verduurzaming van woonwijken. Dat bleek tijdens de aanvraagprocedure van de MOOI-regeling, waarbinnen het plan voor Knooppunt Wijkenergie werd ingediend. Er werden meerdere soortgelijke vooraanmeldingen verstuurd naar RVO. Drie hiervan smolten samen tot de uiteindelijke aanvraag voor Knooppunt Wijkenergie.

Het consortium dat ontstond, staat voor een integrale aanpak; het project is niet beperkt tot één vakgebied of sector. Er is sprake van een quadrupel helix-samenwerking. Dat wil zeggen dat de overheid, het bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen én wijkbewoners vertegenwoordigd zijn. Daarnaast heeft een aantal partijen letters of intent getekend; waaronder TenneT, Arcadis, NEN, Gemeente Nijmegen en Rabobank. ‘Dit zijn partijen die de waarde van het toekomstige concept en de waarde van het onderzoek erna onderstrepen.’

De betrokkenheid van een groot aantal partners is belangrijk in de opgave waar het consortium voor staat. Samenwerking helpt om cultuur te veranderen, vertelt Logtenberg, zonder dat partijen elkaar uit het oog verliezen. ‘Je krijgt inzicht in elkaars belangen. Ik snap nu bijvoorbeeld het belang van een netwerkbedrijf en hoe ze dat kunnen borgen.’

Verbinding met eindgebruiker
Dialoog is essentieel, vindt ook Erik Folgering van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). SEECE vindt in het Knooppunt Wijkenergie-consortium een verbinding met de eindgebruiker van energie, een groep waar het centre of expertise niet primair op focust. ‘We vinden dat SEECE een bijdrage kan leveren aan de hele breedte van het spectrum. Niet alleen technische innovatie, maar ook kijkend naar implementatie en acceptatie.’

Fysieke bijeenkomsten zorgden dat de partijen nader tot elkaar kwamen, vertelt Folgering. Want het vormen van een consortium gaat niet over een nacht ijs. ‘Je praat in eerste instantie niet elkaars taal. In het begin heeft het best wel gezeten op een stukje semantiek. Waar hebben we het nou met elkaar over? Bedoelen we allemaal hetzelfde? En krijgen we uiteindelijk iets op papier waar we allemaal achter staan?’

De partners in het consortium vonden raakvlakken en vullen elkaar aan. ‘We zien overlap zonder dat we elkaar bijten’, zegt Folgering. ‘We hadden snel onze gezamenlijke doelen scherp, dat leverde een sterke band op en zorgde voor structuur in onze samenwerking.’

Rol voor het MKB
SEECE benadrukt het belang van mkb-bedrijven in het consortium; organisaties waar veel innovatie plaatsvindt. Een van die bedrijven is OpenRemote. ‘Dat is een open source-softwarebedrijf dat in staat is om verschillende objecten – en in dit geval specifiek energieobjecten zoals windmolens, zonnevelden, batterijen, gebruikers en laadpalen – aan elkaar te knopen’, zegt CEO Pierre Kil.

Aan de ene kant voegen mkb-bedrijven veel toe aan projecten als Knooppunt Wijkenergie, aan de andere kant helpen dit soort projecten mkb-ondernemingen vooruit. OpenRemote heeft bijvoorbeeld veel aan een samenwerking met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, vertelt Kil. Het bedrijf heeft een open source-aanpak en gelooft dat zijn software beter wordt als groepen daar vrijblijvend mee aan de slag gaan.

Zo’n groep kan bestaan uit studenten die toegepast onderzoek doen naar energievraagstukken. ‘Een hogeschool is interessant omdat je daar typisch wat kunt creëren, met een soort begeleide community. En de HAN is interessant omdat het expertise en geloofwaardigheid heeft op energievlak. Wij zien er heel veel waarde in om de samenwerking met deze hogeschool en SEECE te stimuleren.’

Uitsluitsel
Uiterlijk in januari 2021 krijgt het consortium uitsluitsel over de aanvraag voor Knooppunt Wijkenergie. Aan de inzet van de partijen zal het in ieder geval niet liggen. Christiaan Logtenberg: ‘De persoonlijk inzet heeft me geraakt. Je komt in een situatie waarin je weken moet overwerken. Het is alsof je een team vormt met topspelers die, zonder dat ze samen getraind hebben, aan een wedstrijd beginnen. Dat is wonderwel gelukt. Mensen waren heel gemotiveerd.’