Toolbar
header foto

Energy Café: alles uit de kast voor meer energieprofessionals

27 november 2019

Het tweemaandelijkse evenement Energy Café vond 21 november plaats bij netwerkbedrijf Alliander in Duiven. Verschillende sprekers lieten hun licht schijnen op de vraag: hoe leiden we mensen op voor de energietransitie en hoe werken we hierin samen?

Presentatie van Jan Oosting, programmalijnmanager bij SEECE. (Fotografie door Barbara Kerkhof.)

De locatie van het Energy Café sprak tot de verbeelding. Tientallen bezoekers werden donderdag verwelkomd in de centrale hal van de Alliander-vestiging in Duiven. Een gebouw dat ontworpen werd door de Duitse architect en visionair Thomas Rau. Het is circulair, heeft warmte-koude-opslag, groene gevels en nog veel meer. Het bouwwerk ademt duurzame innovatie.

Maar om de energietransitie te laten slagen, is meer nodig dan mooie technologie. Er zijn ook voldoende professionals nodig die met deze technologie aan de slag gaan. Daarom ontwikkelen Alliander, andere energiebedrijven, onderwijsinstellingen en overheden methoden waarmee ze de groeiende personeelstekorten in de sector kunnen oplossen.

Onderzoek regionale arbeidsmarkt

Dat er een tekort aan energietechnici is, werd benadrukt in een presentatie van Sarah Detaille. Detaille is associate lector Regionale Arbeidsmarkt en Onderwijs bij het lectoraat Human Resource Management op de HAN University of Applied Sciences. Ze deed onder meer onderzoek naar de installatiebranche. ‘De gemiddelde leeftijd is 45 jaar en de instroom blijft beperkt’, concludeert de lector.

In het onderzoek komt een aantal problemen – en daarmee mogelijke oplossingsrichtingen – naar voren. Een punt van aandacht is de diversiteit op de werkvloer; er zijn meer mannen dan vrouwen. ‘Dertig procent van de vrouwen die techniek studeren, eindigt in een andere sector. Hoe dat kan? Het is een mannenwereld. Bedrijven houden geen rekening met het vrouwelijk profiel.’

Daarnaast concludeert de associate lector dat veel bedrijven voornamelijk gericht zijn op de korte termijn. ‘Vooral kleine bedrijven zijn slecht in een duurzame kijk op wat er in de regio nodig is. (…) Er zijn nieuwe skills nodig door robotisering en digitalisering. Maar mkb-bedrijven zijn bezig met het primaire proces. En ze gaan gebruik maken van zzp’ers, waardoor ze zelf op kennis achter gaan lopen.’

(De tekst loopt door onder de foto.)

(Fotografie door Barbara Kerkhof.)

Onbekende mogelijkheden

Om de kennis van energieprofessionals bij te spijkeren, zijn meerdere mogelijkheden. Maar die mogelijkheden zijn niet altijd bekend in het werkveld, blijkt uit de presentatie van Detaille. Zo zouden vooral kleine bedrijven niet op de hoogte zijn van de beschikbare onderwijsprogramma’s. Bijvoorbeeld van technische associate degree-opleidingen in deeltijd op de HAN. Dat zijn tweejarige opleidingen op hbo-niveau, die men in combinatie met een baan kan volgen.

Detaille pleit voor samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. ‘We horen vaak dat het onderwijs niet snel genoeg vernieuwt, waardoor bedrijven zelf een bedrijfsschool opzetten. Maar wij zijn bezig om snel te innoveren. Wij zijn nieuwe oplossingen aan het creëren.’ Maar, benadrukt Detaille, ‘we moeten het samen doen. We moeten samen een win-winsituatie creëren.’

Samen aan oplossingen werken is gastheer Alliander niet vreemd. Rolf Deen, Manager Technische Bedrijfsschool bij Alliander, vertelt hoe zijn organisatie omgaat met de tekorten aan technici op de arbeidsmarkt. Een belangrijke les: ‘De verleiding is groot om alleen maar op de instroom te focussen, maar het is ook belangrijk dat technisch talent blijft en zich kan vernieuwen. We werken hierin samen met roc’s in de regio. (…) Als er bijvoorbeeld een transitie aankomt van gas naar andere bronnen, dan moeten we gasingenieurs omscholen tot ingenieurs in de warmtetechniek.’

Doelgroepen aanboren

‘Het sleutelwoord is flexibiliteit’, zegt Deen. ‘Probeer mensen niet in een mal te drukken.’ Het is belangrijk om te kijken naar de potentie van individuen. Als voorbeeld noemt hij het project Step2Work. Hiermee geeft het netwerkbedrijf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans op een baan. Bijvoorbeeld jongeren, 50-plussers en mensen met een fysieke beperking. Mensen die zonder speciaal traject waarschijnlijk niet kunnen participeren.

Het aanboren van nieuwe doelgroepen doet Alliander niet alleen. Het netwerkbedrijf werkt nauw samen met de spreker die na Deen op het podium verschijnt: Jan Oosting, programmalijnmanager bij het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). De partijen hebben, samen met Quadraam, het Operational Network Program opgezet. Dat is een onderwijsprogramma voor praktische havisten, oftewel jongeren die op hbo-niveau willen studeren maar niet vijf dagen per week in de schoolbanken willen zitten.

Er zijn veel meer interessante doelgroepen, bleek tijdens de presentatie van Oosting. Vwo’ers, bijvoorbeeld. Oosting vertelt dat veel van hen naar de universiteit gaan en afhaken. En er is zojuist een nieuw onderwijstraject van start gegaan voor statushouders, in samenwerking met het UAF en de HAN. Oosting benadrukte dat het belangrijk is om nieuwe leerroutes te ontwikkelen en niet te concurreren met andere technische opleidingen. ‘We willen niet aan mbo’ers trekken, want die zijn net zo hard nodig op de arbeidsmarkt.’

(De tekst loopt door onder de foto.)

(Fotografie door Barbara Kerkhof.)

Pitches

Het Energy Café eindigde met een aantal pitches. Deelnemers kregen twee minuten om de aanwezigen enthousiast te maken voor hun energiegerelateerde plan. Marc de Kroon van de Gemeente Arnhem zocht deelnemers voor het waterstofautoproject H2-Drive en student Wilco Geurtjes zocht sponsoren voor het HAN Hydromotive-team. Hij bouwt, samen met 15 andere studenten, een waterstofauto voor de Shell Eco Marathon.

De derde en laatste pitch raakte aan een onderwerp waar een aantal vragen over gesteld werden tijdens de bijeenkomst. Namelijk: hoe krijg je jongeren enthousiast voor techniek? Petra Lettink en Inge van der Vaart pitchten de Toekomstfabriek, een project dat jongeren kennis laat maken met innovatieve technologie. Het is niet de eerste keer dat ze met dit bijltje hakken, blijkt tijdens de pitch. Vijf jaar geleden waren zij betrokken bij een mini-windmolenpark dat door 600 basisschoolleerlingen werd aangelegd op het Industriepark Kleefse Waard.

Bron: HAN Centre of Expertise - SEECE