Informatica-studenten werken aan zonne-energievoorspeller van Alliander

15 juli 2016

 Alliander ontwikkelt een programma dat de hoeveelheid zonne-energie in Nederland voorspelt: iCarus. De netbeheerder schakelde een aantal tweedejaars informatica-studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in om het project een slag verder te brengen.

 (Pixabay)

‘Kijk, hier kun je zien dat er over een kwartiertje minder opwek is’, zegt Björn Janson, technisch applicatieconsultant bij Alliander. Zijn laptop geeft een plattegrond van Nederland weer. Op de kaart verschijnen rode en blauwe vlekken. Rood betekent veel opwek van zonne-energie en blauw betekent weinig opwek. De visualisatie dient als voorbeeld, tijdens een interview. Op het Allianderkantoor in Duiven vertelt Janson, samen met HAN-onderzoeker en -hoofddocent Uwe van Heesch, over de ontwikkeling van zonne-energievoorspeller iCarus.

Toename van zonne-energie

Energievoorspellingen worden steeds belangrijker. Het aantal huishoudens met zonnepanelen groeit en als een groot deel van die panelen met één elektriciteitskabel verbonden is, kan die kabel overbelast raken. Dat is in Nederland nog niet zo’n probleem, laat de consultant weten, maar de netbeheerder wil voorbereid zijn op de toekomst. ‘Ikea verkoopt nu zonnepanelen, China gaat fors omhoog in zonne-energie-capaciteit. De productie dus ook. Als die panelen ineens een stuk goedkoper worden, gaat iedereen panelen leggen’, aldus Janson.

Als Alliander weet wanneer de kabels het zwaar te verduren hebben, voordat de zonnestroom door het net gutst, is er een aantal manieren om overbelasting te voorkomen. Bijvoorbeeld: zonnepanelen kunnen – op hele zware momenten – minder opwekken, elektriciteit kan lokaal worden opgeslagen en mensen kunnen gestimuleerd worden om stroom af te nemen. Genoeg oplossingen, onder een voorwaarde: er moet een goede voorspelling zijn.

 (Wikipedia)

De geboorte van iCarus

Begin 2014 werd iCarus geboren. Sindsdien krijgt Alliander data van zonnepanelenbezitters in Nederland. De netbeheerder combineert die gegevens met weersvoorspellingen en ‘een aantal andere parameters’. Een algoritme zorgt uiteindelijk voor een voorspelling. ‘Omdat wij continu data binnenkrijgen, ongeveer om de vijf minuten, kunnen wij snel zien wat het weertype is’, zegt Janson. ‘De gedachte is zelfs dat we wolken zien aankomen. Dat we per paneel kunnen zeggen: dat gaat minder opwekken.’

Om opwekvoorspellingen mogelijk te maken, is IT nodig. Een vakgebied waar de netbeheerder steeds meer mee te maken krijgt. Duurzame-energie-data moeten ten slotte worden verzameld, opgeslagen, verstuurd, geanalyseerd en gevisualiseerd. Het energienet moet ‘smart’ worden. Maar het vinden van IT’ers, die verstand hebben van duurzame elektrische energie, is een uitdaging. De HAN bood een uitkomst voor Alliander. De netbeheerder schakelde een groep studenten van de Informatie Communicatie Academie (onderdeel van de HAN) in.

Advies en softwareontwikkeling

De studenten, die tien weken aan het project werkten, gaven de netbeheerder advies. Een vraag die zij beantwoordden was: hoe kun je het beste opwekgegevens verzamelen bij mensen thuis? De meest haalbare optie: een kastje plaatsen, die opwekgegevens uit de omvormer haalt en doorstuurt naar de netbeheerder. ‘Als je een component hebt dat in het lokale netwerk staat, kun je dat gebruiken om gegevens naar buiten te sturen’, aldus Van Heesch.

De studenten ontwikkelden bovendien een basisplatform voor iCarus, dat Alliander kan uitbreiden. ‘Het platform gebruikt moderne web- en back end-technologieën om opwekgegevens visueel te ontsluiten. Een belangrijk aspect was kwaliteitsbewaking van sourcecode door geautomatiseerde tests en het systematisch gebruik van code quality management tools’, aldus de HAN-docent.

 (Pixabay)

Waardevolle samenwerking

Alliander is erg blij met de bijdrage van de studenten. ‘Die hebben iets opgezet wat binnen onze afdeling niet te doen was. [Mensen op die afdeling] hebben niet de juiste kennis’, zegt Janson. Werken met ‘externen’ heeft overigens meer voordelen. ‘Binnen een grote organisatie heb je vaak stroperige processen, waardoor het heel lang duurt voordat er een plan is. Voor dat soort afdelingen kan het interessant zijn om te zien hoeveel een groep studenten kan bereiken in tien weken.’

Het is een win-winsituatie, laat Van Heesch weten. Voor de studenten – en de HAN – zijn dit soort klussen erg interessant. ‘Die leren dat het anders is dan het maken van toy-software voor de hogeschool’, aldus Van Heesch. Daarnaast maken ze kennis met de wereld van duurzame energie, die niet vanzelfsprekend is voor IT’ers. ‘Wij werken vooral samen met softwarebedrijven, maar de markt voor IT’ers is veel groter. Studenten beseffen dat vaak niet’, zegt de hoofddocent.

Een kennismaking met duurzame energie is belangrijk voor de energiesector, die staat te springen om duurzame-energie-professionals. ‘Wie weet komt een van die studenten hier werken’, zegt Janson.

Bron: HAN Centre of Expertise - SEECE