header foto

Interview TenneT: “We hebben elkaar nodig om antwoorden te vinden.”

In de energietransitie groeit de vraag naar talentvolle arbeidskrachten en technologische innovatie. Om aan die vraag te voldoen, is samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven essentieel. Dat vertellen Robert-Jan de Bes en Inge Vernooy-Klijberg van hoogspanningsnetbeheerder TenneT in een interview.

In 2013 sloegen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en een aantal bedrijven de handen ineen, om samen te werken aan twee grote uitdagen. Ten eerste: meer personeel opleiden, dat goed geëquipeerd is voor de energietransitie. Ten tweede: noodzakelijke kennis ontwikkelen en innovaties tot stand brengen. Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) was geboren.

Acht jaar later is samenwerking onverminderd relevant. Maar waarom eigenlijk? Op die vraag geven SEECE-partners antwoord in een serie artikelen. In deze derde editie leggen Robert-Jan de Bes (Head Cables & Overhead Lines) en Inge Vernooy-Klijberg (Lead Talent Acquisition) uit welk effect de energietransitie heeft op TenneT en waarom dat leidt tot structurele samenwerking.

Groeiende hoeveelheid werk
De hoeveelheid werk voor netbeheerder TenneT groeit explosief, vertelt De Bes. “Even grof genomen: een zesde van onze inspanning gaat naar onderhoud en vijf zesde gaat naar nieuwbouw, renovatie of netuitbreiding.” De netbeheerder ontwikkelt bijvoorbeeld het net op zee dat de opgewekte elektriciteit van offshore windparken voor de Nederlandse kust transporteert naar het vasteland.

Op land breidt de hoogspanningsnetbeheerder de infrastructuur ook flink uit. Wie op de website van TenneT kijkt, ziet een indrukwekkende verzameling projecten in Nederland en Duitsland. “We bereiden ons voor op een jaarlijks investeringsportfolio van 6 miljard euro in de komende 5 jaar", zegt De Bes. Met deze investeringen wordt het net voorbereid op een groeiende elektriciteitsvraag en een toenemende hoeveelheid energie uit duurzame bronnen.

Vraag naar nieuw personeel
Om alle projecten uit te voeren heeft TenneT meer personeel nodig, legt Inge Vernooy-Klijberg uit. “We hebben mensen nodig die onderhoud plegen, nieuwe stations maken, dat soort dingen. Sinds 2008 heeft TenneT een enorme groei doorgemaakt. Onze middelen zijn vertienvoudigd: ons vermogen groeide van 3 miljard euro naar 30 miljard. We groeiden van 600 naar 6.000 medewerkers. En we weten inmiddels allemaal: hier stopt de groei niet. We zullen de komende jaren verder groeien en dat kunnen we niet alleen.”

De netbeheerder zoekt niet alleen mensen die verstand hebben van netbeheer an sich; TenneT heeft ook behoefte aan professionals die in een groter geheel kunnen denken. “We zien de laatste tijd mensen met een hbo-achtergrond, en soms een wo-achtergrond, die met ons meedenken over de toekomst. Hoe ziet het energielandschap er over dertig jaar uit? En wat moeten wij nu gaan doen om stappen te zetten waarmee we binnen dertig jaar ergens komen? Dat gaat echt om grote scenarioplanningen”, zegt Vernooy-Klijberg.

Meer human capital
Zorgen dat meer goedopgeleide mensen aan de slag kunnen in de energiesector. Dat is een van de uitdagingen waar TenneT aan werkt binnen het SEECE-netwerk. De netbeheerder, de HAN en andere partners trekken al jaren nieuw talent naar de sector en bieden relevant onderwijs aan. De netbeheerder speelt bijvoorbeeld een grote rol in de Power Minor, een onderwijsprogramma voor hbo-studenten dat gericht is op hoogspanning.

Onderwijsprogramma’s, zoals de Power Minor, werpen vruchten af. “Een oud-student van die minor werkt nu bij ons op de afdeling”, zegt De Bes. “Hij doet op dit moment zijn afstudeeronderzoek en wordt door onze experts begeleid. We hebben meer HAN-studenten met diverse studieachtergronden. Bijvoorbeeld een student Bedrijfskunde die stageloopt bij People and Organization. En een student Electrical and Electronics engineering die stageloopt bij de afdeling Netstrategie.”

Innovaties in het hoogspanningsnet
De zoektocht naar nieuw personeel gaat gepaard met onderzoek en innovatie. Want er moet niet alleen meer werk gedaan worden in de energietransitie, een deel van dat werk moet ook op een andere manier worden uitgevoerd. Een van de redenen hiervoor: extra kabels zijn niet altijd een oplossing voor korte-termijn-problemen. “We kunnen best snel bouwen. Maar we hebben te maken met planprocedures, volgens de regels en procedures van onze wetgeving op de ruimtelijke ordening. En dan ben je al gauw zeven jaar bezig om een project gerealiseerd te krijgen.”

“We kijken niet alleen naar: wat kunnen we uitbreiden aan ons net? We kijken ook naar: wat zouden we anders kunnen doen om ons net meer flexibel te gebruiken?” Zo spelen weersomstandigheden een rol in de keuzes die een netbeheerder maakt. “Als een lijn gekoeld wordt door een noordenwind, dan je kun je in principe meer vermogen door zo’n lijn sturen. Dit zolang de draad maar onder gespecificeerde temperatuurwaarden blijft.”

De vluchtstrook
Een ander voorbeeld dat De Bes noemt, is de zogenaamde ‘vluchtstrook’. “We maken gebruik van vijftig procent van de capaciteit. Dat doen we voor het geval er een storing is, of er iets uitvalt. Dan is er altijd capaciteit over en dan is de stroomlevering gegarandeerd. […] We hebben met de instanties afspraken gemaakt en toestemming gekregen om wat vaker die vluchtstrook te gaan gebruiken, daar waar het gaat over het transport van duurzame energie.”

Ook waar het gaat om vernieuwingen in het hoogspanningsnet, speelt de samenwerking in het SEECE-netwerk een rol. TenneT en de HAN werken bijvoorbeeld samen via het bijzonder lectoraat Reliable Power Supply. In deze onderzoekgroep werkt TenneT aan een betrouwbare energievoorziening, samen met studenten en docent-onderzoekers.

Gezamenlijk vraagstukken oplossen
In het SEECE-netwerk ontstaan allerlei initiatieven, op het gebied van onderzoek én onderwijs. Die zijn gebaseerd op vragen uit het werkveld. De Bes is ook voorzitter van de SEECE-adviesraad, waarin verschillende partijen plaatsnemen. “Je ziet een vertegenwoordiging van energiebedrijven, adviesbureaus en een aannemerspartij.”

Door kennisuitwisseling en gezamenlijke projecten kunnen partijen meer voor elkaar krijgen in de energietransitie, legt De Bes uit. “We hebben elkaar nodig om antwoorden te vinden op de complexe vraagstukken die we zien binnen de hele energietransitie. SEECE heeft daar een prachtig motto voor: samenwerken aan een betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor een duurzame wereld. TenneT sluit daar met ‘lighten the way ahead together’ wat mij betreft prachtig bij aan.”