LEVE presenteert onderzoeksagenda tijdens conferentie Topsector Energie

11 juni 2019

Lectorenplatform Energievoorziening in Evenwicht (LEVE) presenteerde 6 juni zijn onderzoekagenda, tijdens een conferentie van de Topsector Energie in Utrecht. De visie van LEVE krijgt vorm in vijf programmalijnen.

Aart-Jan de Graaf, lector Meet- en Regeltechniek op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), overhandigt de LEVE-onderzoeksagenda

‘Als je weet waar je naartoe wilt, en hoe je daar wil komen, dan is het gemakkelijker om stappen te zetten. Nu zetten we vaak een stap vooruit en weer een halve stap terug’, zegt Jeike Wallinga, energietransitie-consultant en kartrekker van de LEVE-onderzoeksagenda. In een interview legt zij het belang van gezamenlijk onderzoek uit en vertelt zij waarom het delen van kennis belangrijk is.

Wallinga werkte de afgelopen maanden aan een onderzoeksagenda voor LEVE, waar lectoren van zes hogescholen bij betrokken zijn. Zij beschreef de missie, visie en scope van het lectorenplatform. Die vertaalde zij vervolgens naar vijf programmalijnen, waar concrete onderzoeksprojecten aan gekoppeld zijn. Deze moeten er mede voor zorgen dat LEVE zijn doel haalt: bijdragen aan energie-evenwicht in 2030.

De onderzoekers streven naar een situatie waarin – op elk moment en op elke plek – voldoende energie beschikbaar is. Die situatie is niet vanzelfsprekend. In de transitie naar een duurzaam energiesysteem, worden steeds meer bronnen gebruikt die niet te sturen zijn. Oftewel: bronnen die niet altijd energie leveren, wanneer en waar die nodig is. Zoals zon en wind.

De kracht van bundeling

Dat lectoren van verschillende hogescholen een gezamenlijk doel nastreven, wil niet zeggen dat ze alles samendoen. In de onderzoeksagenda staan tientallen projecten beschreven, waarvan een deel onafhankelijk van elkaar wordt uitgevoerd. Maar het bundelen van die projecten is veel waard. Hierdoor weten onderzoekers waar hun vakgenoten mee bezig zijn en wat hun kwaliteiten zijn, waardoor het gemakkelijker is om complementair te zijn aan elkaar.

‘Wat ik een van de grootste resultaten vind van het afgelopen anderhalf a twee jaar: Je hebt elkaar heel goed leren kennen, je weet heel goed wat je kunt betekenen en wat de ander voor jou kan betekenen. Bij nieuwe projecten die nu geÔnitieerd worden, merk je dat LEVE erin vervlochten zit’, zegt Bob Boogaart, beleidsmedewerker van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en projectmanager van LEVE.

De onderzoekers van LEVE kijken niet alleen naar losse projecten. Zij redeneren vanuit een systeemvisie. Om tot een robuust en duurzaam energiesysteem te komen, is het van belang om te kijken naar de invloed van duurzaamheidsprojecten. ‘Als je denkt: ik zet mijn hele gemeente vol met windmolens en dan is het probleem opgelost, dan heb je het verkeerd’, zegt Boogaart. Dat er minstens evenveel energie wordt opgewekt als er wordt gebruikt, wil niet zeggen dat aan de energievraag voldaan kan worden.

Kwantificeren: het effect op vraag en aanbod van technische oplossingen

Om goede keuzes te kunnen maken, kwantificeert het lectorenplatform deeloplossingen. Wallinga: ‘Er zijn ontzettend veel puzzelstukjes om duurzame energie te krijgen en te gebruiken. Als je bijvoorbeeld naar een huis kijkt, dan kun je een warmtepomp installeren, isoleren, met bodemwarmte aan de slag, er kan een warmtenet komen. Dat zijn vaak technologische innovaties. Hierbij is het heel belangrijk om een kwantitatief beeld te hebben. Hoe groot is zo’n puzzelstukje en hoeveel kan dat bijdragen?’

Het kwantificeringsonderzoek van LEVE moet een objectief beeld geven van de mogelijkheden en kan bijdragen aan een betere informatieverstrekking. ‘Een bedrijf dat zijn oplossing voorstaat, zegt vaak: “wij hebben dť oplossing voor alles en iedereen.” Maar het hangt er bijvoorbeeld vanaf waar je woont, of een oplossing bij je past. Als we die oplossingen nou op eenzelfde manier inzichtelijk maken, kun je toch een beetje appels en peren gaan vergelijken, omdat je ze in hetzelfde soort mandje stopt.’

Lokaal doen wat lokaal kan

LEVE neemt de energievoorziening als systeem onder de loep. Maar dat wil niet zeggen dat lokale projecten zijn uitgesloten. Integendeel. De onderzoekers willen ‘lokaal doen wat lokaal kan’. ‘Wat is er lokaal nodig en wat kun je lokaal opwekken, op verschillende manieren? Oppervlaktewaterbronnen, riothermie, bodemwarmte-oplossingen zijn lokaal mogelijk. Lokaal kun je een balans creŽren door middel van energieopslag, zodat het elektriciteitsnet niet enorm verzwaard hoeft te worden, wat in een businesscase een hele zware investering is.’

Integraliteit bij grote spelers

Lokaal de energiebalans handhaven geldt niet alleen voor woonwijken en bedrijventerreinen. Met een van de programmalijnen richt het lectorenplatform zich specifiek op de industrie, die een groot aandeel heeft in de uitstoot van CO2. ‘Als je kijkt naar de totale hoeveelheid energie die we gebruiken in Nederland, dan is het deel dat huishoudens op zich nemen niet ontzettend groot. De industrie gebruikt veel meer energie.’

LEVE-visie uitdragen

Uit de onderzoeksagenda blijkt bovendien dat de lectoren dit soort – en andere – feiten delen met een breed publiek, om maatschappelijke discussies over de energietransitie op een hoger niveau te brengen. ‘Je ziet dat er in het energiedebat soms dingen worden gezegd, waarvan je als inhoudelijk expert denkt: “dat is maar een stukje van de puzzel.” Het voornemen is om als LEVE naar buiten te treden om op dat soort momenten het podium te pakken.’

Het platform publiceert een aantal white papers, met kennis over balanceringsvraagstukken. ‘We willen resultaten van projecten meer voor het voetlicht brengen. Met ons onderzoeksprogramma en de white papers hebben we iets in handen dat bestuurders en beslissers handvatten geeft om de materie beter te duiden, zodat ze betere beslissingen kunnen nemen.’

Integraliteit met andere disciplines

Met alleen technici komen energieprojecten niet van de grond. Sociale structuren spelen bijvoorbeeld een grote rol in de energietransitie. ‘Kijk bijvoorbeeld naar warmtenetten. Daarbij is de acceptatie een grotere uitdaging dan het aanleggen van het net. Er zitten zoveel aspecten aan: draagvlak, de wijze van financiering, bijbehorende wet- en regelgeving.’ Daarom betrekt LEVE, dat in de kern uit technische lectoraten bestaat, andere disciplines bij het onderzoek.

Nu de onderzoeksagenda van LEVE is afgerond wordt de samenwerking tussen de lectoren van zes verschillende hogescholen voortgezet. Niet alleen in projecten, maar ook in een gezamenlijke doorontwikkeling van inzichten. Kijk op www.lectorenplatformleve.nl voor de laatste ontwikkelingen.

Bron: HAN Centre of Expertise - SEECE