header foto

Natuurkundedocenten dichten kloof tussen scholieren en techniekonderwijs

29 mei 2017

 Natuurkundedocenten André Slomp en Jos Luijten maken leerlingen bewust van duurzame energie en brengen ze in contact met techniek op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). ‘We ontdekten dat er heel veel mogelijkheden waren, die niet werden benut.’

André Slomp (A) doceert natuurkunde op het Beekdal Lyceum in Arnhem en Jos Luijten (J) op het Montessori College in dezelfde stad. Een jaar geleden gingen ze aan de slag voor SEECE. Ze bouwden een netwerk van vijftien middelbare scholen en zorgen dat informatie over energietechniek bij de juiste leerlingen terechtkomt. Hoe? Dat vertellen ze in dit interview.

Techniektalent.nu

Jullie werken een dag in de week op de HAN. Waarom?

A: ‘Onze hoofdopdracht was om leerlingen bewust te maken van de energieproblematiek; om die vorm te geven in het onderwijs. Het zou mooi zijn als daardoor meer mensen belangstelling krijgen voor techniek en automatisch ook een opleiding in die richting kiezen.’

Was die bewustwording er niet?

A: ‘Iedere leerling, of die nou vmbo of havo doet, weet dat fossiele brandstoffen opraken. Iedere leerling beseft dat we zuinig moeten zijn met energie. Maar zij denken niet verder dan een half jaar vooruit. Soms niet verder dan een week. Dat kun je ook niet verwachten op die leeftijd. Maar wij als docenten hebben de morele taak om leerlingen wel bewust te maken en ze na te laten denken.’

J: ‘Enig besef is er, maar hoe de technische vakken er nu uitzien en wat die met duurzaamheid te maken hebben, weten ze nog niet. Opleidingen op de HAN, bijvoorbeeld, zijn heel onbekend bij leerlingen.’

Wat hebben leerlingen voor beeld bij technische opleidingen?

A: ‘Bij het woord werktuigbouwkunde, bijvoorbeeld, hebben leerlingen associaties die niet kloppen. Ik heb die term op het bord geschreven en aan de leerlingen gevraagd of ze daar een woord bij wilden noemen. Nou, dan krijg je ‘vieze handen’, ‘dak op’, ‘loodgieter’, ‘moeilijk’. Maar ‘probleemoplossend’, ‘creatief’ en ‘handig’ zie je niet.’

Er kwamen veel negatieve termen naar voren?

J: ‘Vooral termen die niet kloppen. Heel veel werktuigbouwkundigen maken tekeningen op een computer of geven leiding aan een bepaald team. Dat zijn geen loodgieters of automonteurs, maar dat beeld hebben leerlingen wel.’

Is daar een oplossing voor?

J: ‘Op de HAN zagen we enorm veel mogelijkheden om geïnteresseerde leerlingen in contact te brengen met energietechniek. Elke docent op de HAN zegt: prima als leerlingen langs willen komen! Een aantal communicatielijnen konden ook beter worden benut. Decanaten op middelbare scholen worden vaak benaderd, maar dat is een overbevraagd orgaan op middelbare scholen. De informatie komt op die manier niet bij docenten uit.’

A: ‘Daarom zorgen wij dat de juiste informatie bij de juiste leerlingen terechtkomt. Wij denken dat een natuurkundedocent leerlingen – die enige interesse, affiniteit of gevoel hebben voor dit soort opleidingen – kunnen selecteren. Wij kunnen leerlingen en opleidingen bij elkaar brengen.’

Jullie doen dus meer dan informatie naar middelbare scholen brengen. Het is bijna tot op de persoon toegespitst.

A: ‘Ja, ik heb letterlijk een leerling achter op de fiets gehad en naar de HAN gereden. Dat vind ik fantastisch.’

J: ‘Dat doen we niet alleen voor onze scholen. We bouwen een netwerk. We gaan alle scholen in de omgeving af en laten zien wat er allemaal te doen is op de HAN en wat hier allemaal kan. Tegelijkertijd zetten we projecten op voor leerlingen. Projecten die niet alleen informerend zijn, maar ook lesinhoud bestrijken en zorgen dat leerlingen iets met hun handen kunnen doen.’

Wat zijn dat voor projecten? Kunnen jullie een aantal voorbeelden noemen?

J: ‘Tot nu toe hebben we twaalf leerlingen mee naar de HAN genomen, zodat ze aan hun profielwerkstuk konden werken in het Fablab. Bijvoorbeeld een groep die een prothesearm wilde maken, voor een collega op het werk. Die mist een arm. Daarvoor moeten ze dingen kunnen bouwen, solderen et cetera.’

A: ‘Ik had een groepje dat metingen wilde verrichten aan de rotorbladen van windmolens. Ze hebben molentjes gemaakt met vier, drie en twee rotorbladen. Daar hebben ze vervolgens wat metingen aan verricht, om te kijken wat beter werkte. Als ze met hun handen werken, ervaren ze wat de opleidingen hier inhouden. Deze leerlingen zijn dan over de drempel van de HAN geweest. Die hebben gezien wat hier aanwezig is. Ze lopen dwars door de open leerruimte. Dat maakt de techniek erg zichtbaar.’

Is het een uitdaging om leerlingen over de drempel van de HAN te krijgen?

J: ‘Wij ervaren de problemen die de VO-scholen hebben. Als je zegt: kom maar met leerlingen, dan zeggen scholen dat ze les moeten volgen. Verantwoord maar eens dat je een groep leerlingen naar de HAN stuurt. Daarom combineren wij het bezoek aan de HAN met de lesinhoud. Zo hebben we een reden om leerlingen hierheen te halen en raken natuurkundedocenten betrokken.’

A: ‘Communicatie tussen middelbare scholen en hogescholen is nogal een uitdaging. Als een docent de HAN belt, omdat hij een leerling heeft die zijn profielwerkstuk op de HAN wil doen, duurt het lang voordat zijn of haar vraag op de juiste plek komt. Wij willen een soort loketfunctie vervullen. Scholen kunnen bij ons terecht met vragen. ‘

Hoe ziet de toekomst van dit project eruit?

J: ‘De projecten van afgelopen jaar worden herhaald en voortgezet, er komen lessen robotica voor leerlingen uit het VO en we worden een toegankelijk aanspreekpunt voor alle docenten natuurkunde die contact willen leggen met de HAN techniek. Het zou mooi zijn als er een netwerk van natuurkundedocenten is, in samenwerking met de HAN, en dat dit netwerk er ook blijft. André kwam met het idee om er een estafette van te maken. Hij stopt dit jaar en dan kan er iemand anders voor hem in de plaats komen. Zo verankeren we de samenwerking tussen het voortgezet onderwijs en de HAN.’

Bron: HAN Centre of Expertise - SEECE