Ruim 80.000 studenten in het beroepsonderwijs profiteren van publiek private samenwerking

1 oktober 2019

Het aantal bedrijven dat intensief samenwerkt met het beroepsonderwijs in het mbo en hbo is sinds 2016 gestegen van 6.000 naar 9.800, een groei van 58% in twee jaar. Daar profiteren zo’n 84.000 studenten van. Dit blijkt uit een impactmeting van Katapult, een netwerk van samenwerkingsverbanden tussen beroepsonderwijs, bedrijfsleven, onderzoek en overheid. Het Sustainable Electrical Energy Center of Expertise (SEECE) is partner van Katapult.

HAN-studenten in een hybride leeromgeving op het Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem

Bedrijven uit het SEECE-netwerk raken steeds nauwer betrokken bij het hoger onderwijs. Studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), een van de oprichtende partijen van SEECE, storten zich met regelmaat op ťchte opdrachten uit het werkveld. Om te laten zien wat deze projecten opleveren, bracht SEECE het boekje Samenwerken in de driehoek - Samenwerken van Onderwijs, Onderzoek en Ondernemingen aan voldoende goed opgeleide hbo-professionals voor de energiewereld van morgen†uit.

Het boekje laat onder andere zien dat er hybride leeromgevingen ontstaan op basis van specifieke thema’s, locaties waar studenten met bedrijven aan projecten werken. Op het Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem verrees bijvoorbeeld het Mobility Innovation Center (MIC)†en Powerlab. Daar wordt aan de energietechnologie van morgen gewerkt. Van warmtepompcomponenten tot lichte elektrische voertuigen.

De samenwerking in het SEECE-netwerk staat niet op zichzelf. Het fenomeen pps groeit. Gelderland kent maar liefst 43 publiek-private samenwerkingsverbanden (pps’en), waarvan veertien in het hoger onderwijs. SEECE is daar als center of expertise een van. Dat groeide sinds de oprichting in 2013 uit tot een netwerk met meer dan veertig bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Deze partijen werken samen aan energie-innovaties en een gezondere arbeidsmarkt, waarin voldoende personeel beschikbaar is voor de energietransitie.

Goed gekwalificeerde mensen reden voor meer deelname bedrijven

De belangrijkste motivatie voor bedrijven om deel te nemen in een pps is in de meeste gevallen de noodzaak tot goed gekwalificeerd toekomstig personeel. Daarnaast realiseren bedrijven zich dat het beroep fundamenteel verandert, en zien zij het onderwijs als een manier om dit beroep en hun vakgebied samen vorm te geven. Bedrijven voelen zich, meer dan voorheen, actief en intensief betrokken bij curriculumontwikkeling en onderwijsinnovatie. In het mbo en bij SEECE geldt leven lang ontwikkelen voorts als belangrijke deelnamereden, terwijl binnen het hbo de toegang tot praktijkgericht onderzoek zwaar weegt.

De door het kabinet geformuleerde maatschappelijke uitdagingen – zoals de energietransitie – worden in het onderwijs steeds belangrijker. Dit vraagt om meer samenwerking met het bedrijfsleven voor goede leeromgevingen met kennis over het stimuleren van innovatie en het ontwikkelen van nieuwe technologieŽn. Uit de impactmeting van Katapult blijkt dat maar liefst 42% van de pps’en zich nadrukkelijk richt op deze cross-sectorale uitdagingen. De hightechsector is het sterkst vertegenwoordigd met maar liefst 97 pps’en verspreid over Nederland, zoals het Field Lab Shared Smart Factory, gevestigd in de voormalige Philips armaturenfabriek in Emmen, die toegankelijk is voor de kleinere bedrijven zoals startups en MKB-bedrijven.

Hans de Jong, President van Philips Nederland: ‘Er kŠn en můet meer’

Hans de Jong, President van Philips Nederland en vice-voorzitter van FME, juicht de groei van het aantal pps’en toe, maar is ook kritisch: ‘Er kŠn en můet meer. We staan als land voor enorme maatschappelijke uitdagingen. Het antwoord op deze uitdagingen is elkaar opzoeken. We hebben iets ontdekt en gecreŽerd wat ťcht werkt. Bedrijven die nog niet actief zijn in een pps, roep ik dan ook op om zelf in actie te komen. Want alleen met veel meer bedrijven die ťcht samenwerken met het onderwijs kunnen we genoeg talent opleiden voor onze innovatie-samenleving.’

De groei van het netwerk is mede te danken aan stimuleringsmaatregelen vanuit zowel regionale als landelijke overheden. Provincies zien de meerwaarde van de infrastructuur die door pps’en ontstaat voor de regionale arbeidsmarkt. In Noord-Nederland investeren regionale overheden in de pps GAS 2.0 waarmee men vakmensen opleidt voor de energietransitie. Provincie Flevoland ondersteunt de Bio Academy. En in de Zaanstreek werken overheden aan de realisatie van een ZaanCampus voor techniek. Al deze initiatieven, die mede vanuit het Techniekpact worden aangejaagd, dragen bij aan een innovatiever beroepsonderwijs.

Over Katapult

Veel pps’en verenigen zich in Katapult. Dat is een netwerk van meer dan 300 samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven en groeit continu. Doelstelling is om de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid te verbeteren. Zo worden jongeren met de juiste skills opgeleid, zodat zij kunnen instromen op de arbeidsmarkt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door professionals uit het bedrijfsleven die lessen verzorgen. Of door studenten die tijdens hun opleiding onderzoek doen voor een MKB-bedrijf. Er participeren inmiddels 84.000 studenten, 9.800 bedrijven en 5.000 docenten in deze samenwerkingsverbanden, ook wel Centres of expertise, Centra voor innovatief vakmanschap en pps’en in het beroepsonderwijs. Katapult is onderdeel van Platform Talent voor Technologie.

Meer informatie: www.wijzijnkatapult.nl

Bron: Katapult/SEECE