header foto

Samenwerken in de driehoek: ‘Er liggen kansen voor publieke meningsvorming’

De HAN deed onderzoek naar samenwerkingsverbanden waar de hogeschool zelf onderdeel van uitmaakt. In dit artikel reageren drie hogeschoolonderzoekers op de resultaten. Zijn alle ingrediënten voor een vruchtbare samenwerking aanwezig? Of moeten er nog ingrediënten worden toegevoegd?

Afbeelding door mohamed Hassan van Pixabay

Samen werken aan een betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor een duurzame wereld. Zo luidt de slogan van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Dat samenwerken gebeurt sinds 2013, het oprichtingsjaar van het centre of expertise. Toen ging de HAN in zee met partijen uit de energiesector, waaronder twee grote netbeheerders.

Lessen uit een samenwerkingsverband
Acht jaar na de oprichting is het tijd om lessen te trekken uit het samenwerkingsverband. De HAN presenteerde vorig jaar de resultaten van een onderzoek naar ‘strategisch organiseren in de driehoek’. Daarbij stond de volgende vraag centraal: ‘Wat werkt, voor wie en hoe bij die samenwerking in netwerken?’ Onderzoekers namen meerdere casussen onder de loep, waaronder SEECE.

Een van die onderzoekers was Erik de Vries (lector Innovatie in de Publieke Sector). Hij identificeerde – samen met zijn mede-onderzoekers – factoren die langdurige samenwerking ten goede komen. De onderzoekers spreken in het rapport van “werkzame mechanismes”. Een van de mechanismes dat in het caserapport van SEECE opduikt, luidt: “maatschappelijke doelen en sectorale visie maakt samenwerking structureel.”

Maatschappelijke doelen als basis
Partijen kunnen niet zonder elkaar als ze willen vernieuwen, vertelt De Vries: “Het werkveld zoekt heel duidelijk de vernieuwing op en zegt: daar hebben we de school voor nodig. […] Tegelijkertijd hebben de opleidingen het werkveld nodig om veranderingen in de opleidingen te kunnen legitimeren. En dan zoek je elkaar op in die legitimatie.” Die gezamenlijke wens tot vernieuwing leverde SEECE concrete uitgangspunten op.

Aan de basis van de SEECE-samenwerking liggen maatschappelijke uitdagingen, zoals het tegengaan van personeelstekort in de energiesector; een flinke drempel in de energietransitie. “We hebben binnen SEECE twee programmalijnen. De ene heet Human Capital en de andere heet Onderzoek en Innovatie”, zegt Aart-Jan de Graaf (lector Meet- en Regeltechniek). “Er was een soort consensus dat je dit niet alleen gaat oplossen. En er was consensus over een gemeenschappelijk doel”, zegt De Graaf.

Bedrijven voeren de boventoon
De doelen komen grotendeels voort uit de partijen waar de HAN mee samenwerkt. “In ons geval zijn het vooral bedrijven die de boventoon voeren. Je ziet bijvoorbeeld dat netwerkbedrijf TenneT in zijn maag zit met de vraag: hoe krijgen we meer gekwalificeerd personeel in de energiesector? En die acteren daar ook sterk op. Dus die werken sterk samen in het opleiden van mensen.”

Op onderzoeksgebied zijn het vooral mkb-bedrijven die de samenwerking zoeken, vertelt De Graaf. “Die hebben uiteenlopende motieven om samen te werken.” Die willen bijvoorbeeld gebruik maken van kennis waarover zij niet beschikken of zijn op zoek naar mogelijkheden om sub-projecten te financieren. “De basis moet echter een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn”, aldus De Graaf.

Geen last van elkaars organisatie
De samenwerking tussen de HAN en andere partijen kan op een aantal punten worden verbeterd, blijkt uit het onderzoek. “Als je een gezamenlijke ambitie hebt, en je kunt het ook nog eens worden over de erkenning van elkaars belang, dan kun je wat met elkaar gaan doen. Maar dan is nog de crux dat je geen last hebt van elkaar organisatie. En uit het onderzoekt blijkt dat er op dat laatste puntje nog wel wat winst te behalen valt”, zegt De Vries.

Aan de organisatie-inrichting van de HAN wordt gewerkt. Carolien Kattenbelt (senior onderzoeker en docent): “Het klopt dat er aan de proces- en systeemkant uitdagingen liggen. Maar we zijn er heel hard mee bezig om problemen op te lossen.” Als voorbeeld noemt ze de Company Desk, waar Kattenbelt een van de trekkers van is. Dat is een centraal punt in de academie Engineering en Automotive waar de verbinding met bedrijven wordt opgebouwd en geborgd.

Een rol in het maatschappelijke debat
Los van de resultaten in het onderzoeksrapport ziet Kattenbelt nog meer onbenutte mogelijkheden voor samenwerkingsverbanden als SEECE, en de HAN in het bijzonder. “Wat nog niet zo naar voren komt, maar waar een kans ligt, is op het gebied van publieke meningsvorming. Als hogeschool kunnen we een kritische stem hebben in het maatschappelijke debat. We hebben een onafhankelijke rol daarin.”

“Ik sprak bijvoorbeeld een groep bewoners die hun wijk willen verduurzamen en op zoek zijn naar kansen. Hun vraag was: wat kan de hogeschool voor ons betekenen? Voor dit soort groepen kunnen we een soort loket zijn waar die kennis ligt. Dat bedoel ik met publieke meningsvorming. We kunnen de Nederlandse bevolking met maatschappelijke vraagstukken ondersteunen. En niet alleen de bevolking; ook politieke partijen bijvoorbeeld.”

In een eerder artikel reflecteert academiemanager Engineering en Automotive Gudo Ebbers op de resultaten van het onderzoek naar samenwerking. Hij vindt dat professionals – van docenten tot bedrijfsmedewerkers – vaker elkaars werkterrein moeten betreden. Lees het artikel hier.