header foto

Samenwerken in de driehoek: ‘We moeten elkaars werkterrein betreden om snelheid te maken’

De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen deed onderzoek naar samenwerken in de driehoek. In dit artikel reageren academiemanager Engineering en Automotive Gudo Ebbers en onderzoeker Tanja Tankink op een aantal bevindingen uit het onderzoeksrapport. Hoe kijkt de HAN, als key-partner van SEECE, naar triple helix-samenwerking?

Studenten, onderzoekers, bedrijven en overheden werken steeds vaker samen aan maatschappelijke opgaven. Zoals het Klimaatakkoord. Een werkwijze die al jaren wordt gestimuleerd, onder andere op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Wie het Instellingsplan 2016 – 2022 leest, stuit al snel op de samenwerkingsambities van de hogeschool: ‘De essentie van deze koers is dat de HAN wil uitblinken in de manier waarop onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk (de driehoek) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.’

Vijf jaar na publicatie van het instellingsplan is het tijd om lessen te trekken uit samenwerkingsverbanden. De HAN presenteerde vorig jaar de resultaten van een onderzoek naar ‘strategisch organiseren in de driehoek’. Daarbij stond de volgende vraag centraal: ‘Wát werkt, voor wíe en hóe bij die samenwerking in netwerken? Onderzoekers namen meerdere casussen onder de loep, waaronder het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE).

Succesfactoren voor samenwerken in de driehoek
In het onderzoek kwam een aantal succesfactoren bovendrijven. Of, zoals de onderzoekers het noemen, werkzame mechanismes. De komende maanden zoomen we in op een aantal van die mechanismes, samen met partners van het centre of expertise. In dit artikel komen Gubo Ebbers (lid van het managementteam op de HAN-academie Engineering en Automotive) en Tanja Tankink (een van de betrokken onderzoekers) aan het woord.

Ebbers, die sinds juli werkzaam is op de HAN, heeft zijn achtergrond mee wanneer het gaat om ‘de driehoek’. Hij studeerde Werktuigbouwkunde (voltijd) en Automotive (deeltijd) op de HAN, werkte bij verschillende commerciële bedrijven aan innovaties, was bedrijfsbegeleider voor studenten en is nu dus medeverantwoordelijk voor de koers van de academie Automotive en Engineering. De drie hoeken, die steeds meer met elkaar verstrengeld raken, heeft hij allemaal ervaren.

Het belang van institutioneel ondernemerschap
Ebbers speelt, samen met de rest van het academiemanagement, een belangrijke rol in het versterken van samenwerkingsverbanden. Dat blijkt uit het onderzoek naar samenwerken in de driehoek. Een van de werkzame mechanismes die de onderzoekers identificeerden is institutioneel ondernemerschap legitimeert betrokkenheid bij verandering.

‘Je kunt het zien als uitdragen wat je belangrijk vindt als sector. En daar voor jouw organisatie leiderschap op tonen’, zegt Tankink. ‘Als je het vertaalt naar SEECE: je wilt niet alleen dat er vanuit het programmabureau gezegd wordt: hé dit is belangrijk! Je wil dat de partners ook op strategisch niveau leiderschap tonen en de missie van SEECE uitdragen. En met partners bedoel ik bijvoorbeeld de academie Engineering en Automotive op de HAN maar ook andere key partners, zoals Alliander.’

Speech van topvrouw Alliander
Als voorbeeld noemt Tankink een toespraak op de HAN van Ingrid Thijssen, tijdens de opening van het studiejaar. Thijssen, die destijds CEO van Alliander was, sprak over het tekort aan goedopgeleide technici voor de energietransitie en pleitte voor een beter aansluiting van het onderwijs op het werkveld. Thijssen vertelde dat ook bedrijven een rol spelen in goed onderwijs. Oftewel: de topvrouw van Alliander sprak zich openlijk uit voor samenwerking tussen onderwijs en werkveld.

Het is belangrijk om afstemming te hebben tussen organisatieniveau en de samenwerkingsverbanden waar een organisatie deel van uitmaakt, laat Tankink weten. ‘Als bijvoorbeeld de missie en visie van een samenwerkingsverband als SEECE geen onderdeel uitmaakt van de missie en visie van partners, dan is er iets vreemds aan de hand.’ Het is goed als partners van SEECE het samenwerkingsverband openlijk steunen, aldus Tankink. ‘Op strategisch niveau.’

Invloed op elkaars werkzaamheden
Institutioneel ondernemerschap komt ook naar voren in de invloed die partijen op elkaar uitoefenen, vertelt Ebbers. ‘Juist omdat je in de driehoek met elkaar samenwerkt, waar je eerder meer als losse actoren naar de wereld keek, kijk je nu gezamenlijk naar wat je te doen hebt. En dat betekent ook dat je invloed op elkaar mag hebben. Dus onderzoekers mogen iets van het onderwijs vinden. En netbeheerder Liander mag iets vinden van ons onderwijs- en onderzoeksprogramma. Omdat je veranderingen dan veel sneller in alle richtingen in de driehoek kunt laten doorstromen.’

‘Omdat je op elkaars werkterrein stapt, om daar iets van te vinden, kun je niet meer níet betrokken zijn’, zegt Ebbers. ‘Want op het moment dat je ergens iets van vindt, ben je  - als je actief in de driehoek met elkaar samenwerkt - er onderdeel van geworden en heb je daar een bepaalde verantwoordelijkheid in. […] Wij geven elkaar als partners de ruimte om te sparren over onze gezamenlijke ambitie en dan kom je dus op elkaars werkterrein. Soms is dat heel bedreigend, maar als je snelheid wil maken, heel erg nodig.’

Het belang van een gezamenlijke missie en visie
Het is bovendien belangrijk om een goede afstemming te hebben tussen samenwerkingspartners. Samenhang tussen ambitie, belangen en organisatie-inrichting bevordert de samenwerking, is een ander mechanisme dat naar voren komt in het onderzoeksrapport. Tankink: ‘Dus eerst moet je weten wat je gezamenlijke ambitie is. Dan ga je nadenken wat het betekent voor de interne organisatie om een goede en betrouwbare partner te zijn in het werken aan die ambitie.’

Een gezamenlijke ambitie in het SEECE-netwerk is om op korte termijn goede energieprofessionals op te leiden. De manier waarop studenten leren, wordt daarop afgestemd. Die werken aan opdrachten voor bedrijven en onderzoeksgroepen. ‘Je ziet dat studenten in hun zesde semester in de realiteit werken aan projecten en daar is onze ambitie natuurlijk om die studenten zoveel mogelijk mee te geven voordat ze starten’, zegt Ebbers.

Een company desk voor betere afstemming
Dat studenten aan échte vraagstukken werken is ook gunstig voor het werkveld. ‘Werkgevers kunnen studenten bij wijze van spreken voorselecteren, omdat ze tijdens hun studie al met problemen uit het werkveld aan de slag zijn. Dus het overgangsgebied van afstuderen en starten bij een werkgever vermeng je eigenlijk met semester 6’, aldus Ebbers. Een contrast met hbo-onderwijs uit het verleden. ‘25 jaar geleden werd je volgestopt met parate kennis. Daarna kreeg je een diploma en werd je de markt opgeduwd.’

Ambitie en visie komt dus niet alleen tot uiting in woorden. Het is ook belangrijk dat organisaties, zoals de HAN, worden ingericht op een manier die past bij samenwerken in de driehoek. Bijvoorbeeld door de relaties met bedrijven op een andere manier te onderhouden. ‘We zijn bezig met een company desk’, zegt Ebbers. Dat is een centraal punt in de academie waar de operationele verbinding met bedrijven wordt opgebouwd en geborgd, ten behoeve van voltijd- als deeltijdopleidingen.

Zuilen afbreken op de HAN
De company desk maakt het gemakkelijk voor partijen om gezamenlijk – voor langere periodes – aan een vraagstuk te werken. Ebbers: ‘We willen dat als iemand naar een bedrijf toegaat, diegene op zijn minst kan opzoeken welke contacten er zijn en wat er in de voorgaande maanden besproken is. Dan kunnen we veel beter aansluiten bij de verwachtingen en belevingswereld van de bedrijven waarmee we samenwerken.’

‘Het werkveld heeft via deze company desk, vanwege haar bedrijfsmatige opzet, veel sneller op thema contact met de juiste personen binnen de academie. Een brugfunctie die de belangen van alle partijen in de driehoek doorziet en daarbij aansluit.’

Een thematische aanpak
Het opzetten van een company desk is één van de onderdelen van een structurele strategische verandering binnen de academie. Om aan te sluiten bij de gezamenlijke ambities van samenwerkingsverbanden, zoals SEECE, moet de organisatiestructuur op een fundamenteel niveau op de schop. Ebbers spreekt over ‘het afbreken van zuilen’ op de HAN.

De hogeschool beweegt naar een kennisinstelling die in de kern gericht is op maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld door minder op vakgebieden te focussen, en meer op inhoudelijke thema’s. Ebbers: ‘Nu heb je de opleidingen Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek enzovoorts. Maar eigenlijk moeten we daar gewoon één lijn van maken, bijvoorbeeld een waterstoflijn.’ Naast de klassieke vakgebieden komt er dus een thematische dimensie bij.

Het hbo van de toekomst
Zo kunnen studenten sinds kort kiezen voor een themaroute binnen hun opleiding: waterstoftechniek. De inzet van waterstoftechniek voor de energietransitie vraagt om bijdragen vanuit meerdere beroepen waartoe de HAN opleidt. Door projecten te kiezen op het thema, ontwikkelen studenten expertise. Zij worden hiervoor gewaardeerd met een certificaat dat wordt onderschreven door de werkpraktijk.

Het hoger onderwijs staat steeds minder op zichzelf. En dat is positief, vertelt Ebbers. ‘Met de snelheid waarmee dingen veranderen, moet het onderwijs van ons samen zijn. Het is niet meer ‘wij’ en ‘zij’. Dat gaat gewoon niet meer. Als je niet en parallel en samen werkt, dan duurt het te lang voordat het onderwijs innoveert.’