Toolbar
header foto

Statushouders krijgen baan via leerwerktraject in energiesector

Vanwege snelle veranderingen in de energievoorziening is er een schreeuwend tekort aan vakmensen, terwijl hoogopgeleide asielzoekers met een technische achtergrond vaak niet aan de bak komen. Daarom startten de HAN, SEECE en partners in januari 2020 een nieuw leerwerktraject in de energiesector. Twaalf statushouders namen de uitdaging aan. De pilot is geslaagd, ondanks corona, en krijgt een vervolg.

Foto: Matthew Henry op Unsplash

Na een voorbereidend half jaar zijn negen van de twaalf statushouders doorgestroomd naar een tweejarige technische HAN-deeltijdopleiding. Op één na hebben ze een baan. Zo halen ze al lerend en werkend een associate degree. Werkgevers willen graag mensen met een Nederlands diploma en de studenten raken vertrouwd met de Nederlandse manier van denken en werken en met vaktermen. Daardoor sluiten vraag en aanbod beter op elkaar aan.

Kritische vragen
“De pilot is geslaagd. Hoewel we door corona flink moesten improviseren bij het voorbereidend programma”, zegt begeleider/adviseur Mieke de Vries. Ze is verantwoordelijk voor het leerwerktraject vanuit SEECE, het HAN-expertisecentrum voor duurzame elektrische energie.
De studenten hadden 32 uur les: ze verbeterden hun Nederlands (haalden taalcertificaat NT2), leerden technische termen in de Nederlandse taal, en fristen hun wis- en natuurkundekennis op.

Daarnaast maakten ze tijdens projectonderwijs kennis met werken ‘op z’n Nederlands’: kritische vragen stellen, initiatieven nemen. Voor sommigen was deze vorm van onderwijs echt nieuw. Een dag in de week bezochten de deelnemers bedrijven.

Door corona geen ontmoeting meer
En toen overspoelde corona ons land. “Vanaf maart kregen we online les”, vertelt Ilyas Arslan uit Turkije. “Dat was echt heel lastig. Het samenwerken en de ontmoeting vielen weg, het ging anders dan het project bedoeld was.” Er kwam een aangepast programma, met extra les in solliciteren en voorbereiding op een basisdiploma veiligheid (VCA).

Eén student haakte af wegens persoonlijke problemen, een ander ging na het voorbereidende half jaar vrijwilligerswerk doen om beter Nederlands te leren. Een derde koos voor mbo Autotechniek. De Vries: “Het is belangrijk dat iemand ontdekt waar zijn of haar kracht ligt, en dat hij op de juiste plek komt. Dat is óók winst!”

Vrijstellingen
De overige negen studeren nu Elektrotechniek (6), Werktuigbouwkunde (2) en Gebouwgebonden Installatietechniek (1).
Ilyas Arslan is elektrotechnisch ingenieur en doet nu een verkort programma Elektrotechniek. “Ik heb veel vrijstellingen. Mijn Turkse opleiding komt overeen met de Nederlandse. Op mijn universiteit in Kayseri hielden we ons ook bezig met nieuwe energiebronnen. Daar heb ik erg leuke projecten gedaan over zonne-energie. De manier van lesgeven lijkt op elkaar. Misschien worden op de HAN meer vragen gesteld. Meer oplossingen bedacht.”

De Vries zocht voor haar studenten banen in de elektrotechniek. Door corona werden werkgevers terughoudender. “Ze hadden zorgen over hun eigen voortbestaan. Anderen wilden onze studenten goed begeleiden, maar konden dat niet omdat bij hen iedereen vanuit huis werkte.” Desondanks hebben nu acht studenten een werkplek. Twee studenten belandden bij Witteveen+Bos in Deventer. Dit internationale bedrijf houdt zich onder meer bezig met waterhuishouding en elektrotechniek. “Ilyas Arslan en Mohammed El-Salih hebben de juiste kennis en het juiste niveau voor het werk dat we doen, en ze spreken goed Nederlands”, vertelt Tonny van Wijck, leidinggevende van Ilyas. “Dat ze statushouder zijn, speelt geen rol. We hebben vaker collega’s met een buitenlandse achtergrond.”

Tekenwerk voor hoogspanningsprojecten
Ilyas Arslan kreeg een baan als junior projectingenieur Elektrotechniek. “Ik had nog geen werkervaring, alleen drie maanden stage in Turkije. Nu doe ik tekenwerk voor Nederlandse en Belgische hoogspanningsprojecten. Dan krijg je te maken met masten en verdeelstations, vanwaar elektra verder gaat naar bedrijven en huizen. Ik geef bijvoorbeeld aan waar de kabels en klemmen komen.”

Ilyas werkt in projectteams met mensen van andere disciplines. “Mijn Palestijnse medestudent Mohammed werkt aan andere projecten, maar we helpen elkaar, leggen elkaar dingen uit als de een het niet snapt. Dat is mooi. Ik ben ook heel blij met mijn werkplekcoach, Dik van de Weerd. Hij is een collega met wie ik extra contact heb. Als ik vragen heb, kan ik altijd bij hem terecht en helpt hij me. Dat is echt fijn. We vergaderen via Microsoft Teams.”

Zelf om advies of hulp vragen
Corona vraagt om nieuwe werkvormen. Samen aan de slag in multidisciplinaire teams gaat anders, via Teams, evenals het begeleiden van nieuwe mensen. Van Wijck: “Normaalgesproken zit je bij elkaar en zie je iemand ergens mee worstelen. Dat is online lastiger, dan moeten mensen zelf vragen om advies of hulp. Daarom vind ik Dik van de Weerd, als werkplekcoach voor Ilyas, onmisbaar. Door corona mis je veel, zoals de onderonsjes rond de koffietafel, waar we elkaar attenderen op collega’s die heel goed zijn in bepaalde oplossingen. Daarom zoeken we mensen bewust op: vragen of alles goed gaat en proberen we er ook online alles aan te doen om elkaar veel te zien.”

Van Wijck is te spreken over het leerwerkproject. “De HAN neemt ons als het ware een deel van de opleiding uit handen: mensen leren beter Nederlands spreken, leren op een Nederlandse manier werken en krijgen meer theoretische kennis.”
Ook Ilyas Arslan is tevreden: “Voor school werk ik hard aan mijn opdrachten. En dankzij dit project doe ik nu werk waar ik van hou en waarvoor ik heb gestudeerd. Dit werk maakt me echt gelukkig.”

Nieuwe groep van start
Wegens succes krijgt het leerwerkproject voor hoogopgeleide statushouders een vervolg. Deze week zijn negen nieuwe statushouders met het voorbereidende half jaar gestart. Online. Het leerwerktraject is een initiatief van SEECE, het expertisecentrum voor duurzame, betaalbare, elektrische energie van de HAN en partners, het HAN Talencentrum en de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

Lees hier het artikel over de start van het eerste project, in 2020.