Waterstof & mobiliteit: werken aan een toekomst met waterstof als het nieuwe normaal

4 juni 2019

Transport is één van de grootste boosdoeners als het op CO2-uitstoot aankomt. Hoog tijd dus dat de mogelijkheden die waterstof biedt beter benut worden. Met het project Waterstof en Mobiliteit, dat 13 juni tijdens het SEE-café officieel van start gaat, werkt de HAN samen met studenten en het bedrijfsleven aan een CO2-vrije toekomst.

Foto: HyMove

Waterstof? Waren we met elektrische auto’s al niet hard op weg richting klimaatneutrale mobiliteit? Perspectieven biedt dat zeker. Maar willen we écht grote stappen maken in de energietransitie, dan is waterstof de enige manier. Althans, als het aan Iwan van Bochove (Operational Manager Mobility Innovation Center) en Wouter Dalhuijsen (researcher bij het lectoraat Duurzame Energie) ligt. Zij zijn de twee projectleiders van het project Waterstof & Mobiliteit. En ze staan te pópelen om de wereld de mogelijkheden van waterstof te laten zien.

Van Bochove: “Waterstof gaat een hele belangrijke rol vervullen in de mobiliteit en de energietransitie in het algemeen. Het is niet alleen een schone, CO2-vrije energiedrager op zichzelf, maar je kunt er duurzaam opgewekte energie in opslaan. Daar heb je straks dus geen dure en vervuilende batterijen meer voor nodig.”

Dalhuijsen: “Met waterstof kun je duurzaam gewonnen energie in enorme hoeveelheden opslaan, die je later weer kunt inzetten als de wind het laat afweten. Binnen een paar minuten tank je er je auto mee vol, net als met benzine. Ondanks dat sommige mensen nog associaties hebben met waterstofbommen of de Hindenburg, is waterstof niet gevaarlijker dan benzine.”

Kennispartner in energietransitie

Het project Waterstof & Mobiliteit ligt enorm voor de hand, gezien de focus van de HAN op Sustainable Energy & Environment, aldus van Bochove. “Als je al het transport op aarde bij elkaar veegt heb je één van de grootste oorzaken van CO2-uitstoot te pakken. Dat moet opgelost worden. De HAN is van oudsher een belangrijke speler op mobiliteitsgebied, en op het gebied van duurzame energie. We willen een grote rol gaan spelen in de energietransitie en kundige mensen opleiden voor een veranderende arbeidsmarkt.”

Ambitieuze plannen. Maar wat gaat er nou precies gebeuren? Nu zijn we vooral bezig met het opzetten van een waterstoflab op het IPKW. Dat moet in september starten. Dalhuijsen: “Met het waterstoflab kunnen we ons straks echt onderscheiden. Daar kunnen we niet alleen onze eigen brandstofcelsystemen verder ontwikkelen, maar ook onze kennis. Want door in het lab samen te werken met het bedrijfsleven en studenten versterken we ons onderwijs op dit gebied. Zo kunnen we verder werken aan opslagsystemen voor duurzame energie in waterstof, en voertuigen waarin waterstof gebruikt kan worden.”

Anders leren denken over waterstof

De mensen in de regio (en ver daarbuiten) informeren over waterstof wordt binnen het project zeker zo belangrijk. Van Bochove: “Voor veel mensen is waterstof nog erg onbekend; zelfs een beetje eng. Dit project is een uitgelezen kans om eens uit te leggen dat het een heel normaal onderdeel van je leven kan zijn. Dat kost tijd, maar aan elektrische auto’s moesten mensen ook wennen.”

Ook onderzoek naar de veiligheid rond waterstofauto’s is onderdeel van het project. Van Bochove: “We werken samen met gemeenten om 80 tot 100 waterstofauto’s in te gaan zetten. Zo kunnen wij vanuit de HAN meedenken over veiligheid en eventuele nieuwe regelgeving.”
Dalhuijsen: “Pas als die auto’s daadwerkelijk rijden kun je het beeld van waterstof bij het publiek ook echt veranderen. En daarvoor zijn weer voldoende waterstoftankstations nodig. Die infrastructuur moet er over een jaar of vijf wel liggen.”

Animo bij studenten

Kortom: er zijn nogal wat stappen te maken op waterstofgebied. Vanuit de studenten is er alvast veel animo voor het project. Dalhuijsen: “We hebben goeie, ervaren mensen binnen de HAN. We hebben de kennis, kunnen uitzoeken waar de problemen zitten, en hebben goede connecties met alle partijen die bij waterstof betrokken zijn. Samen met studenten, docent-onderzoekers en het bedrijfsleven kunnen we echt bijdragen aan een toekomst waar waterstof het nieuwe normaal gaat worden.”

Bron: HAN, Hans van Lissum