header foto

Wijkgerichte energietransitie: In Arnhem stappen belanghebbenden in een lerend verduurzamingsnetwerk

Niemand heeft een gegarandeerd succesvol recept waarmee alle woonwijken in Nederland energieneutraal gemaakt kunnen worden. Daarom zetten het zwaartepunt SEE van de HAN, de gemeente Arnhem en SEECE in op een learning community . Hierin gaat verduurzamen en leren hand in hand.

Luchtfoto van Arnhem-Zuid, met op de voorgrond de wijk Elderveld (Bron: Gelders Archief)

‘Een belangrijk instrument om werken, leren en innoveren aan elkaar te verbinden.’ Zo omschrijft de Topsector Energie learning communities, een methode om grote problemen aan te pakken in netwerken. En vooral: te leren van die aanpak. Deze methode wordt onder andere ingezet bij het aardgasvrij maken van woonwijken; een van de grote uitdagingen in het Klimaatakkoord.

Pilots learning communities
Hoe ziet een goede learning community voor wijkverduurzaming eruit? Daar wordt momenteel onderzoek naar gedaan. In Zoetermeer, Utrecht en Arnhem zijn pilotprojecten in ontwikkeling. In dat laatste geval gaat het om Elderveld-Noord, in het zuidelijk deel van de stad. Daar werken het zwaartepunt Sustainable Energy & Environment (SEE) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) en de gemeente Arnhem aan een lerend netwerk. Samen met talloze andere partijen.

Bij de verduurzaming van woonwijken - zoals in Elderveld-Noord - is sprake van een groot en  ingewikkeld netwerk, vertelt SEECE-programmalijnmanager Jan Oosting. ‘Dat wil zeggen dat er heel veel verschillende belanghebbenden zijn, die allemaal een ander perspectief hebben op de zaak. En het niet altijd met elkaar eens zijn over wat er precies nodig is.’ Het is zaak om die partijen – van bewoners tot aannemers - met elkaar in verbinding te brengen.

Overkoepelende aanpak
De verduurzaming van wijken kent veel aspecten, vertelt Oosting. ‘Neem de energietransitie in Elderveld-Noord: daar is een renovatievraagstuk, een energiebesparingsvraagstuk, een warmtevraag. En als de grond open moet om een warmtenet aan te leggen, moet je daar dan niet meteen kabels vervangen? En kun je dan niet gelijk het groen in de wijk aanpakken? En is er sprake van energie-armoede in de wijk, waar we iets mee moeten?’

De energietransitie brengt ook sociale uitdagingen met zich mee. ‘We moeten zorgen dat mensen met een lager inkomen niet het kind van de energierekening worden’, zegt Annemarie Kampkuiper van de Gemeente Arnhem. Zij zijn bijvoorbeeld vaak minder - of helemaal niet - bezig met energiebesparing,  waardoor de energierekening stijgt wanneer elektriciteit duurder wordt.

Complexiteit van verduurzaming
Het energiearmoede-voorbeeld stipt de complexiteit van de energietransitie aan. Allerlei domeinen hebben invloed op elkaar. ‘Het is zo complex, daar hangen zo veel zaken met elkaar samen. De enige manier om hierin stappen te zetten, is met betrokkenen in een specifieke context samen aan de slag gaan. Wat is hier nu nodig? Wat moeten we hier nu doen? Wat werkt? Wat werkt niet?’, zegt Erik Jansen, associate lector Capabilities in Zorg en Welzijn en projectleider wijkgerichte energietransitie binnen SEE.

De learning community Wijkgerichte Energietransitie is een methode om ‘lerend te werken’, legt Jansen uit. Door in een gemeenschap aan de slag te gaan, doen betrokken partijen kennis op over het verduurzamen van wijken. En dat niet alleen. Ze leren überhaupt hoe het er in een learning community aan toe gaat; wat de succes- en faalfactoren zijn en hoe ze samen complexe kwesties aan kunnen pakken.

Lerend werken op grote schaal
Jansen: ‘Deze manier van vernieuwing valt onder de categorie actieonderzoek en wordt ook veel onderwezen aan business schools over de hele wereld. Hoe kun je in samenspraak met professionals uit de praktijk tot vernieuwing komen? Dat gaan we nu op samenlevingsniveau proberen, rondom de energietransitie. Dat is een unieke aanpak.’

Samenwerken in een leergemeenschap betekent overigens niet dat alle betrokken partijen bij elkaar aan tafel zitten. Kampkuiper: ‘het gaat om het netwerk. Door alleen al te weten welke mensen op de hoogte moeten zijn en betrokken zijn, kun je veel gemakkelijker linkjes leggen. Het gaat erom dat je van elkaar weet waar je mee bezig bent; wie wat kan brengen en halen.’

Voortborduren op kennis
De lessen uit de learning community in Elderveld-Noord kunnen gebruikt worden in andere projecten. ‘In 2050 moet iedereen van het gas af. Dat is een opgave van jewelste. We zijn net begonnen en pionieren met elkaar. En er valt zo veel te leren en alles wat je leert, wil je vasthouden. Sterker nog: je wilt er op voortborduren en deze kennis ook naar andere wijken brengen’, zegt Kampkuiper.

Het is belangrijk om te leren van het proces, voegt Oosting toe. ‘Elke wijk heeft een nieuw vraagstuk. Die heeft een ander soort bewoners, een ander soort huizen, een ander soort warmtevraagstuk, andere infrastructuur en misschien helemaal geen energie-armoede. Dus je kunt niet een-op-een de oplossingen van Elderveld-Noord plakken op een volgende wijk. Maar je kunt wél de procesaanpak, en de manier waarop je geleerd hebt van het vraagstuk, meenemen. Daar ligt een belangrijke mogelijkheid om te versnellen.’

Professionele ontwikkeling
Hoe wordt de kennis uit de learning community vastgelegd? Voor een deel in mensen, vertellen de geïnterviewden. Bijvoorbeeld HAN-studenten, die in de leergemeenschap aan vraagstukken werken, doen waardevolle ervaringen op. Als zij willen bijdragen aan de energietransitie, dan hebben ze er veel baat bij om samen te werken met andere disciplines en zich bewust te worden van de context waarin ze werken.

En, om te zorgen dat de kennis uit Elderveld-Noord ook naar andere wijken stroomt, werken onderzoekers aan een zogenaamd tribune-arena-model. Oosting: ‘De arena is Elderveld-Noord en mensen kunnen op de tribune zitten om mee te kijken. Bijvoorbeeld professionals die in andere wijken aan de slag gaan. Of onderzoekers, studenten, wethouders, you name it. Allerlei mensen die nu of in de toekomst betrokken raken bij de verduurzaming van wijken.’