Ergotherapierichtlijn Valpreventie

De Ergotherapierichtlijn Valpreventie geeft aanbevelingen voor de beste ergotherapeutische zorg aan volwassen cliënten met verhoogd valrisico (inclusief valangst). De richtlijn, die verscheen in 2016, focust op het screenen van de risico's op vallen door ergotherapeuten. Ook geeft de richtlijn handvatten om de uitkomsten van die screening mee te nemen in de, door de cliënt geschetste, participatieproblemen. Verder zijn effectieve interventies om om veilig te functioneren opgenomen.

In de richtlijn ligt de nadruk op het perspectief van cliënten en naastbetrokkenen. Uitgangspunt is cliëntgericht werken. Dit sluit aan bij het huidige beroepsprofiel van de ergotherapie en bij de centrale rol van de cliënt en naastbetrokkenen en de bevordering van zelfmanagementvaardigheden. Gezondheid is geherdefiniëerd als 'het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.

Ook is er aandacht voor de verschuiving van tweedelijns behandeling en revalidatie naar de eerste en de nulde lijn. Meer en meer zal de woon-, werk- en leefsituatie van cliënten de context zijn waarin behandeling en advies gegeven wordt. 

De richtlijn sluit aan op bestaande diagnose-specifieke ergotherapierichtlijnen, zoals de ‘Ergotherapierichtlijn CVA’, de richtlijn ‘Ergotherapie bij de ziekte van Parkinson’ en het EDOMAH behandelprogramma. Daarnaast zijn internationale richtlijnen en Nederlandse producten rond gezondheidspreventie en vallen meegenomen bij de ontwikkeling van deze richtlijn.

Bij de herziening van de richtlijn (conform de EBRO en AGREE criteria) waren een een ontwikkelgroep (8 ergotherapeuten uit zowel de 1e als 2e lijn), een referentengroep (21 ergotherapeuten uit heel Nederland) en een adviesgroep (bestaande uit relevante cliëntengroepen) betrokken.