HAN rechtswinkel

Frequently asked questions

De HAN-Rechtswinkel verleent kosteloos juridisch advies†over onder andere de onderstaande onderwerpen.

Heeft u een concrete vraag over een van deze onderwerpen of juist over een ander onderwerp? Neem dan contact op met de HAN-Rechtswinkel. Onze adresgegevens vindt u onder het kopje 'Contact'.

Werken en ondernemen

Wanneer heb ik een arbeidsovereenkomst?
In sommige gevallen kunnen er onduidelijkheden ontstaan over het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een arbeidsovereenkomst de overeenkomst is waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Op grond van dit artikel is er sprake van een arbeidsovereenkomst indien:

  • u arbeid verricht in het belang van de werkgever (een stage of een leeropdracht valt hier niet onder, dit is namelijk voor uw eigen belang);
  • u loon voor de verrichte arbeid ontvangt;
  • u de arbeid zelf verricht en niet laat verrichten door een ander.

Er moet daarnaast sprake zijn van een gezagsverhouding tussen u en uw werkgever (de werkgever moet de bevoegdheid hebben om u instructies en aanwijzingen te geven). Voldoen u en uw werkgever aan de bovenstaande voorwaarden? Dan kunt u er vanuit gaan dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Twijfelt u? Kom dan gerust even langs.†


Wat is een collectieve arbeidsovereenkomst (cao)?
Een cao is een uitkomst van de onderhandelingen tussen een werkgever of een werkgeversvereniging en een werknemersvereniging. In een cao kunnen de arbeidsvoorwaarden worden opgenomen. Daarnaast kunnen er ook regelingen over arbeidsduurverkorting, medezeggenschap en het sociaal beleid worden opgenomen.†


Mag een werkgever afwijken van bepalingen in de cao?
Indien van een arbeidsvoorwaarde uit een bepaling van de cao wordt afgeweken is deze bepaling in beginsel niet geldig. De bepalingen in een cao zijn vaak bedoeld als minimumregelingen. Stel dat er in uw cao een regeling is opgenomen waarin is bepaald dat u maximaal vier vrije dagen per maand mag opnemen. In deze regeling is vier dagen dan het maximum. Uw werkgever mag dus in uw arbeidsovereenkomst een regeling maken dat u meer dan vier dagen mag opnemen, maar uw werkgever mag geen regeling maken dat u minder dan vier vrije dagen mag opnemen. Indien de afwijkende regeling dus voor u positiever uitpakt is de afwijkende voorwaarde wel geldig.†


Hoe lang mag mijn proeftijd duren?
Het aantal maanden proeftijd dat een werkgever moet hanteren verschilt per arbeidsovereenkomst. Hieronder bespreken we een aantal verschillende mogelijkheden:

  • heeft u een contract voor onbepaalde tijd dan mag de proeftijd op grond van artikel 7:652 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek ten hoogste twee maanden duren. Als er een cao van toepassing is dan kan er een andere proeftijd gelden, deze proeftijd mag dan niet langer zijn dan twee maanden;
  • heeft u een contract voor bepaalde tijd van korter dan twee jaren dan mag de proeftijd op grond van artikel 7:652 lid 5 sub a van het Burgerlijk Wetboek ten hoogste ťťn maand duren;
  • heeft u een contract voor bepaalde tijd van twee jaren of langer dan mag de proeftijd op grond van artikel 7:652 lid 5 sub b van het Burgerlijk Wetboek ten hoogste twee maanden duren;
  • heeft u een contract voor bepaalde tijd van zes maanden of korter dan mag uw werkgever geen proeftijd opnemen. Dit geldt voor arbeidsovereenkomsten met een ingangsdatum van 1 januari 2015;
  • heeft uw werkgever een langere proeftijd gehanteerd dan is toegestaan? Dan is de proeftijd nietig, en geldt er dus geen proeftijd.


Wat is mijn recht met betrekking tot vakantiedagen?
Werknemers krijgen vakantiedagen op basis van hun werkuren per week. U heeft als werknemer recht op vier keer het aantal uren dat u per week werkt. Werkt u bijvoorbeeld 25 uur per week dan heeft u recht op 100 vakantie-uren per jaar. Tijdens uw vakantiedagen is uw werkgever verplicht het loon door te betalen. Het is mogelijk dat u bovenop deze wettelijke vakantiedagen extra dagen opbouwt. Over deze ‘bovenwettelijke’ vakantiedagen kunnen in uw cao of arbeidsovereenkomst afspraken zijn gemaakt. Als u (gedeeltelijk) ziek bent, loopt de opbouw van vakantie-uren gewoon door. (Voor ambtenaren geldt deze regeling niet). Wanneer u tijdens de vakantie ziek wordt, dient u dit te melden bij de werkgever. De vakantiedagen waarop u ziek bent raakt u namelijk niet kwijt.


Welke ondernemingsvorm past het beste bij mij?

Op deze vraag bestaat geen eenduidig antwoord. Er zijn veel verschillende ondernemingsvormen. De meest voorkomende ondernemingsvormen zijn:

  • Eenmanszaak
  • Vennootschap Onder Firma (VOF)
  • Besloten Vennootschap (BV)
  • Naamloze Vennootschap (NV)
  • Commanditaire Vennootschap (CV)
  • CoŲperatie
  • Vereniging
  • Stichting

Wilt u weten welke ondernemingsvorm voor u het meest geschikt is, kom dan gerust even langs voor persoonlijk advies.†

Hoe richt ik een vereniging op?
Voor een vereniging is het vereist dat er minimaal twee leden zijn. De leden hebben binnen een vereniging de hoogste macht. Het doel van de vereniging moet duidelijk zijn geformuleerd (bijvoorbeeld: samen leren bij een studievereniging). Er zijn twee soorten verenigingen namelijk: de formele en informele vereniging. De formele vereniging is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Deze vereniging dient te worden opgericht met een notariŽle akte (deze maakt de notaris). Een informele vereniging hoeft niet te worden opgericht met een notariŽle akte. Verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid (de informele vereniging) zijn in twee opzichten in hun rechten beperkt: †

  • Zij kunnen geen registergoederen (denk aan gebouwen) in eigendom verkrijgen;
  • Daarnaast is het van belang dat de bestuurders naast de vereniging persoonlijk aansprakelijk zijn voor schulden, indien de vereniging niet ingeschreven staat in het handelsregister. Is de vereniging wel ingeschreven dan zijn de bestuurders pas aansprakelijk als de vereniging niet kan betalen.

Wonen en huren

Ik kan mijn huur niet betalen. Wat nu?
Als u een huurachterstand heeft, moet u zo snel mogelijk met uw verhuurder contact opnemen. Meestal moet u volgens uw huurcontract iedere maand voor de eerste dag van de maand uw huur betalen. Als u op die dag de huur niet heeft betaald, bent u automatisch te laat met betalen. Uw verhuurder hoeft u dan geen aanmaning (betalingsherinnering) te sturen.

De verhuurder mag echter niet meteen incassokosten of aanmaningskosten in rekening brengen. Daarvoor moet uw verhuurder u eerst een brief sturen waarin hij u 14 dagen de tijd geeft om te betalen. Dat geldt ook als in de huurovereenkomst staat dat u meteen extra kosten verschuldigd bent bij te laat betalen. Als u binnen 14 dagen niet heeft betaald, moet u de incassokosten betalen.

Als u direct contact opneemt met uw verhuurder, voorkomt u misschien dat er extra kosten bij komen. Hoe sneller u contact op neemt, hoe groter de kans is dat uw verhuurder wil meewerken aan een betalingsregeling.

Als u een huurachterstand heeft, of als u de huur niet (meteen) kunt betalen, kunt u vragen of u later mag betalen. Noem dan meteen een datum. Ook kunt u vragen of u de achterstand in een aantal termijnen mag betalen. Noem ook dan de data waarop u gaat betalen.

Gaat de verhuurder akkoord? Zorg dat u dit op papier krijgt. Probeer ook de betalingen goed na te komen en houd u goed aan de afspraken.

Gaat de verhuurder niet akkoord? De verhuurder hoeft niet in te gaan op uw betalingsregeling. Ga wel alvast de bedragen betalen zoals u ze heeft voorgesteld, ook al gaat de verhuurder niet akkoord. U toont dan uw goede wil aan om het op te willen lossen. Ook zal de verhuurder dan minder snel een procedure voor uitzetting uit de woning starten. En uw huurschuld wordt in ieder geval minder.

Als de verhuurder geen betalingsregeling wil, kunt u proberen om bij de sociale dienst van uw gemeente een lening te krijgen. De sociale dienst is niet verplicht om deze te geven, maar kan wel een uitzondering maken.

Probeert u zich zo goed mogelijk aan de afspraken van huurbetaling te houden. Lukt dit niet, dan kan de verhuurder een procedure starten om u uit de woning te zetten.

Dreigt er toch weer een schuld te ontstaan? Neem dan weer direct contact op met uw verhuurder.

Kan ik mijn huis uitgezet worden als ik een huurachterstand heb?
De verhuurder zegt dat hij u uit de woning laat zetten, omdat u een huurachterstand heeft van twee maanden of meer. De verhuurder mag dit niet zomaar doen. Hiervoor heeft hij een vonnis van de rechter nodig. Een vonnis is de uitspraak van de rechter.

Wat is de maximale huurprijs van een woning?
Bij een sociale huurwoning wordt de maximale (kale) huurprijs berekend volgens het puntensysteem. Via de website van de Huurcommissie kunt u een huurprijscheck doen. Met de Huurprijscheck krijgt u een schatting van het puntenaantal en daarmee de maximale huurprijs van uw woning.

Voor geliberaliseerde huurwoningen gelden de regels voor sociale huurwoningen niet. Geliberaliseerde huurwoningen zijn huurwoningen waarbij de huur op de begindatum hoger is dan € 710,68 (prijspeil 2016). Bij geliberaliseerde huurwoningen bepalen de verhuurder en huurder zelf de huurprijs. Er is dan geen maximale huurprijs.

Heeft u een geliberaliseerde huurwoning? En is het huurcontract korter dan 6 maanden geleden ingegaan? Dan kan de Huurcommissie wel voor u nagaan of de huurprijs redelijk is.

Ik ben eigenaar van een koopwoning, kan ik deze woning zomaar verhuren?
Indien op de te verhuren woning een hypotheek rust heeft u te allen tijde toestemming nodig van uw hypotheekverstrekker. In de hypotheekakte is opgenomen dat het niet is toegestaan om uw woning te verhuren. Dit heeft te maken met het feit dat uw woning in verhuurde staat tijdens (gedwongen) verkoop minder op zal brengen. Het tijdelijk verhuren van leegstaande woningen is de laatste jaren makkelijker geworden.

Sinds de overheid de Leegstandswet heeft aangepast is het mogelijk uw woning tijdelijk te verhuren en uw woning actief in de verkoop te houden. Huurders dienen de woning weer te verlaten indien u de woning weer in gebruik neemt of besluit de woning te verkopen. Wanneer u uw woning tijdelijk verhuurt op grond van de Leegstandswet moet u nog steeds toestemming vragen aan de hypotheekverstrekker voor verhuur. De hypotheekverstrekker zal in dit geval echter sneller akkoord gaan met de verhuur, omdat de woning tijdelijk wordt verhuurd en gegarandeerd vrij komt bij verkoop. Er zijn natuurlijk meer voorwaarden waaraan de woning moet voldoen voordat tijdelijke verhuur wordt toegestaan. Voor deze voorwaarden en extra informatie kunt u contact met ons opnemen.

Wanneer heb ik recht op huurtoeslag?
U heeft recht op huurtoeslag wanneer u:

  • 18 jaar of ouder bent;
  • u en de verhuurder een huurovereenkomst hebben getekend. Bij een tijdelijke huurovereenkomst heeft u geen recht op huurtoeslag;
  • u een zelfstandige woonruimte huurt;
  • u, uw eventuele toeslagpartner en medebewoners bij de gemeente staan ingeschreven op uw woonadres;
  • u, uw eventuele toeslagpartner en medebewoners hebben de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning;
  • uw huur, (gezamenlijk) inkomen en vermogen niet boven het daarvoor wettelijk gestelde bedrag uitkomen.

In beginsel bestaat er alleen recht op huurtoeslag bij zelfstandige woningen. Een zelfstandige woning is een woning met een eigen ingang, toilet en keuken. Veel studenten huren enkel een kamer en delen de keuken en het toilet. Er is dan geen sprake van een zelfstandige woning.

Hoe vaak mag de verhuurder de huur verhogen?
Verhoging van de huurprijs is ťťn keer per jaar toegestaan. Dit is de hoofdregel, maar er zijn uitzonderingen. Voor sociale huurwoningen geldt een maximale huurverhoging. Dit geldt niet bij geliberaliseerde huurcontracten.

Bezwaar maken tegen huurverhoging: in welke gevallen kan dat?
U kunt in een aantal gevallen bezwaar maken tegen een huurverhoging. Bijvoorbeeld als de huur van uw woning door de aangekondigde huurverhoging boven de maximale huurprijs komt te liggen. Bezwaar maken kan alleen als u een sociale-huurwoning heeft (niet-geliberaliseerd huurcontract).

Wel bezwaar huurverhoging mogelijk
In de volgende gevallen kunt u bezwaar maken tegen huurverhoging:

  • De huurverhoging bedraagt meer dan de maximale huurverhoging.
  • De huur komt door de verhoging boven de maximale huurprijs volgens het puntensysteem te liggen.
  • In het voorstel voor huurverhoging staan fouten. Bijvoorbeeld een verkeerde ingangsdatum of huurprijs.
  • Uw verhuurder wil binnen 12 maanden de huur opnieuw verhogen.
  • U heeft het voorstel minder dan 2 maanden voor de ingangsdatum ontvangen.
  • De Huurcommissie heeft de huur tijdelijk verlaagd wegens ernstige onderhoudsgebreken en de gebreken zijn nog niet verholpen.
  • Er is sprake van all-in huur. De kale huurprijs is dan niet bekend en de verhuurder mag geen huurverhoging voorstellen.

Bezwaar vanwege laag inkomen
Heeft u te maken met een extra (inkomensafhankelijke) huurverhoging? Dan kunt u ook nog in de volgende gevallen bezwaar maken:

  • uw inkomen is te laag of is gedaald;
  • U bent chronisch ziek of u heeft een beperking.

Geen bezwaar huurverhoging mogelijk
In de volgende gevallen kunt u geen bezwaar maken tegen huurverhoging:

  • Uw huurverhoging is maximaal 2,1% vanaf 1 juli 2016.
    Let op: is de verhoging minder dan 2,1% en komt uw huur daardoor boven de maximale huurprijs van uw woning? Dan is bezwaar wel mogelijk.
  • De woning is niet goed onderhouden. Bij ernstig achterstallig onderhoud van de woning kunt u wel een verzoek voor huurverlaging voorstellen. Bent u vůůr de ingangsdatum van de huurverhoging al een procedure voor huurverlaging begonnen? Dan kunt u wel bezwaar indienen tegen de huurverhoging.
  • U heeft een woning in de vrije sector. Voor vrije sectorwoningen gelden andere regels voor huurverhoging.
  • Uw verhuurder verhoogt de huur na een renovatie. U moet dan wel toestemming hebben gegeven voor de woningverbetering.

Moet ik als huurder bemiddelingskosten betalen bij een huurwoning?
Op 1 juli 2016 is de wet dubbele bemiddelingskosten in werking getreden. In deze wet staat dat het verboden is om van een consument-huurder bemiddelingskosten te vragen.

Een huurbemiddelingsbureau mag zowel voor verhuurder als de consument-huurder bemiddelen bij de verhuur van een woning, maar het bemiddelingsbureau kan de bemiddelingskosten alleen in rekening brengen bij de verhuurder.

Bemiddelingskosten al betaald?
U kunt terugbetaling van de bemiddelingskosten bij het bemiddelingsbureau of makelaarskantoor vorderen.

Als het bemiddelingsbureau of makelaar na uw schriftelijke aanmaning nog steeds niet betaalt, dan zult u een gerechtelijke procedure moeten starten. Hiervoor kunt u het beste een advocaat inschakelen. Het is de vraag of de kosten van een procedure opwegen tegen het bedrag dat het bemiddelingsbureau of makelaar u terug moet betalen.

Mag de verhuurder zomaar het huurcontract opzeggen?
Huurders worden wettelijk beschermd tegen het opzeggen van de huur door de verhuurder of eigenaar. Dit wordt ook wel huurbescherming genoemd. Dit houdt in dat de verhuurder alleen mag opzeggen om een beperkt aantal redenen: bij wanprestatie, een huurcontract voor bepaalde tijd, een nieuw huurcontract, huur van hospitakamer, dringend eigen gebruik of een geldend bestemmingsplan. Het huurcontract eindigt pas als u schriftelijk akkoord gaat met de huuropzegging.

Gaat u niet binnen 6 weken akkoord met de beŽindiging van het huurcontract, dan moet de verhuurder naar de rechter gaan om het huurcontract te laten beŽindigen. U kunt dan in de woning blijven, totdat de rechter beslist of u eruit moet.

De huurbescherming geldt echter niet voor iedere woning (bijvoorbeeld bij hospitakamerbewoners en onderhuur).

Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met de beŽindiging van mijn huurcontract?
Als uw verhuurder de huur opzegt en u bent het er niet mee eens, dan kunt u het beste protest aantekenen en de verhuurder wijzen op het feit dat u een beroep doet op huurbescherming. Dit kunt u via een aangetekende brief doen.

U kunt er ook voor kiezen om niets te doen. De huurovereenkomst wordt namelijk alleen beŽindigd op het moment dat u zelf opzegt of instemt met de huuropzegging. Wanneer u niets van zich laat horen, moet de verhuurder 6 weken na de huuropzegging, naar de rechter stappen om de huurovereenkomst te laten beŽindigen.

Hoe lang van tevoren moet de verhuurder de huur opzeggen?
Voor de verhuurder geldt een wettelijke opzegtermijn van 3 maanden, plus 1 maand voor ieder jaar dat u het huis heeft gehuurd met een maximum van 6 maanden. Ook een huurovereenkomst voor bepaalde tijd moet door de verhuurder worden opgezegd met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Voor huurcontracten op grond van de Leegstandwet geldt altijd een opzegtermijn van 3 maanden.

Ook als in het huurcontract andere opzegtermijnen staan, geldt de wettelijke opzegtermijn. Dit geldt echter niet als beide partijen het met de beŽindiging eens zijn.
NB. De verhuurder moet de huur via een aangetekende brief opzeggen. Als er medehuurders zijn, moet zij ieder afzonderlijk een brief ontvangen. Tevens moet in de brief een reden staan die wettelijk is toestaan.

Opzegtermijn voor de verhuurder
De termijnen van opzegging voor de verhuurder zijn afhankelijk van hoelang de huurder al van u huurt. De opzegtermijnen zijn als volgt:

  • minder dan 1 jaar, dan geldt een opzegtermijn van 3 maanden;
  • meer dan 1 jaar, dan geldt een opzegtermijn van 4 maanden;
  • meer dan 2 jaar, dan geldt een opzegtermijn van 5 maanden;
  • meer dan 3 jaar, dan geldt een opzegtermijn van 6 maanden.

Van de wettelijke termijnen met betrekking tot opzegging kan niet worden afgeweken ten nadele van de huurder.

Wat zijn de wettelijke opzegredenen?
Indien de verhuurder de huur wil opzeggen, kan hij/zij dit niet zomaar doen. Er zijn wettelijk regels die bepalen om welke redenen de verhuurder de huur mag opzeggen, onder andere:

  • indien de huurder zich niet als een goede huurder gedraagt (huurachterstand, overlast);
  • †indien de verhuurder de gehuurde woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik;
  • indien de verhuurder een redelijk voorstel doet voor een nieuw/veranderde huurovereenkomst (met betrekking tot dezelfde woonruimte) en de huurder daar niet mee instemt.

Wat is er over de borg geregeld?
Een verhuurder mag een waarborgsom aan de huurder vragen. Dit is een garantiebedrag voor het herstellen van beschadigingen aan het gehuurde na het einde van uw huurcontract. De hoogte van de waarborgsom wordt vastgelegd in de huurovereenkomst. Een borg van ťťn of twee maanden huur is normaal. Het betalen van drie maanden huur als borg wordt vaak als onredelijk beschouwd.

Bij het einde van de huur krijgt u de waarborgsom terug als u de huurwoning of kamer in goede staat oplevert of in de staat zoals afgesproken is in de opnamestaat of huurovereenkomst. In het huurcontract staat binnen welke termijn u de borg moet terugkrijgen. Als daar niets over geregeld is, dan is terugbetaling binnen ťťn maand redelijk.

Mijn verhuurder weigert mijn borg terug te betalen. Wat kan ik doen?
Heeft u niks aan de woning beschadigd en is de huur volledig betaald? Dan heeft u recht op teruggave van de waarborgsom. U kunt in dit geval de verhuurder wijzen op het feit dat in de huurovereenkomst staat vermeld dat de verhuurder de waarborgsom dient terug te betalen na afloop van de huurovereenkomst. Dit kunt u via een aangetekende brief doen.
Het is altijd verstandig om een waarborgsom per bank te betalen of te vragen om een kwitantie. Dit voorkomt bewijsproblemen wanneer de verhuurder ontkent ooit een waarborgsom te hebben ontvangen.

Hoe lang heeft de verhuurder de tijd om de borg terug te betalen?
Wanneer en hoe snel je verhuurder de borg moet terugbetalen is niet wettelijk vastgelegd. Vaak staat dit wel in uw huurovereenkomst. Is er geen termijn afgesproken en betaalt je verhuurder de borg niet terug? Dan moet je hem zelf aanschrijven en een termijn geven waarbinnen hij de borg moet terugbetalen.

Wat als ik als huurder de huur wil opzeggen?
U mag bij een huurcontract voor onbepaalde tijd altijd opzeggen. U moet zich wel aan de opzegtermijn houden. Deze termijn is gelijk aan de betaalperiode. Betaalt u maandelijks de huur, dan is de opzegtermijn 1 maand. Ook als in het huurcontract andere opzegtermijnen staan, geldt de wettelijke opzegtermijn. Dit geldt echter niet als beide partijen het met de beŽindiging eens zijn.

De opzegtermijn mag nooit langer zijn dan 3 maanden. Opzeggen doet u per aangetekende brief of deurwaardersexploot.

Bij een huurcontract voor bepaalde tijd mag u ook opzeggen. De huur eindigt echter niet eerder dan de einddatum van het huurcontract. Tussentijdse opzegging is alleen mogelijk als:

  • Dit in het huurcontract is vastgelegd.
  • Uw verhuurder akkoord gaat met de opzegging.

In dat laatste geval is opzegging niet noodzakelijk. De huur eindigt dan op het tijdstip dat u samen heeft afgesproken. Het is belangrijk dat u deze afspraak schriftelijk vastlegt.

Huurwoning achtergelaten?
Kan ik een vergoeding krijgen voor verbeteringen die ik heb aangebracht?
De verhuurder is niet verplicht om u een vergoeding te betalen voor verbeteringen, die u heeft aangebracht. Soms is dit echter onredelijk en moet de verhuurder u toch een vergoeding betalen. Er moet dan sprake zijn van alle volgende eisen:

  • de verbeteringen blijven in de woning, en
  • u heeft de door u gemaakte kosten nog niet (volledig) kunnen terugverdienen (bijvoorbeeld isolatie), en
  • de verbeteringen leveren de verhuurder een voordeel op. Hij kan bijvoorbeeld meer huur vragen of kosten besparen

Wil de verhuurder u geen vergoeding geven voor uw verbeteringen, terwijl de woning daardoor wel meer waard is geworden? Dan kunt u de rechter om een uitspraak vragen. In de praktijk zijn dit echter vaak lastige procedures.

Moet ik onderhoudskosten van mijn huurwoning of kamer zelf betalen?
De verhuurder dient ervoor te zorgen dat de huurwoning in goede staat verkeert. Tevens dient de verhuurder gebreken te verhelpen. Niet al het onderhoud komt voor rekening van de verhuurder. Het dagelijks onderhoud van de huurwoning of kamer moet de huurder voor zijn rekening nemen. Het grote onderhoud is voor de verhuurder.

Voorbeelden van onderhoud die de huurder moet verrichten:
- Het vervangen van onderdelen van kranen;
- Het maken van een defecte deurbel;
- Het witten van binnenmuren en plafonds.

Voorbeelden van onderhoud die de verhuurder moet verrichten:
- Buitenschilderwerk;
- Tochtende ramen die niet met strips gedicht kunnen worden;
- Het vervangen van een defecte cv-ketel.

Koop en consument


Wat is een koopovereenkomst?
Een koopovereenkomst is een overeenkomst waarbij een partij zich verplicht een zaak te leveren en waarbij de andere partij zich verplicht daarvoor een prijs in geld. te betalen. Een overeenkomst kan zowel mondeling als schriftelijk worden overeengekomen.


Wat is mijn recht op garantie?
Wettelijk gezien heeft u recht op een goed product, dat naar behoren functioneert en de eigenschappen bezit die aan het product zijn toegekend. Gaat het product binnen 6 maanden na aanschaf kapot dan heeft u recht op reparatie of vervanging, tenzij het product kapot is gegaan door eigen toedoen.


Ik heb spijt van mijn aankoop. Kan ik de koop ongedaan maken?
Indien u een koop op afstand (via internet, fax, telefoon, catalogus, etc.) heeft gedaan, heeft u recht op een bedenktijd van 14 dagen. Deze bedenktermijn gaat in wanneer u het product ontvangt. De verkoper moet u goed informeren over de bedenktijd. Dit kan hij doen door bijvoorbeeld op de website te vermelden wat deze termijn is of u hierover mondeling informeren. Veelal staat deze termijn in de algemene voorwaarden vermeld. Doet de verkoper dat niet, dan wordt de bedenktijd met een jaar verlengd.

Indien u een product heeft gekocht in een winkel, heeft u in beginsel geen bedenktijd. U kunt alleen van de koopovereenkomst af indien de verkoper daarmee akkoord gaat.


Wat als ik een gebrekkig product ontvang?
Indien uw product gebrekkig wordt geleverd, kunt u de verkoper hier op aanspreken en hem een redelijke termijn geven om zijn deel van de overeenkomst alsnog na te komen. Een redelijke termijn is afhankelijk van het soort product dat u heeft gekocht en de eerste (niet nagekomen) termijn. Als de verkoper ook de redelijke termijn laat verlopen om te leveren, kunt u de koopovereenkomst ontbinden. Een koopovereenkomst kunt u zelf schriftelijk ontbinden of u kunt de rechter verzoeken om tot ontbinding over te gaan. Indien u al betaald heeft, moet de verkoper het betaalde bedrag retourneren. Of een termijn redelijk is, hangt mede van af of er samen met de verkoper een specifieke leverdatum is afgesproken.


Wat als het product niet geleverd wordt?
Kijk bij de vraag ‘Wat als ik een gebrekkig product krijg’. De acties die daar beschreven staan, zijn in de regel ook van toepassing bij een product dat niet geleverd wordt.†


Wat zijn de plichten van de (ver)koper?
Als verkoper heeft u een informatieplicht aan de koper. Dit betekent dat de verkoper de koper zo goed als mogelijk moet informeren over wat hij weet over het product.
Als koper heeft u een onderzoeksplicht. De koper moet onderzoeken of zijn/haar verwachting van het product reŽel is aan de hand van verschillende zaken, zoals de prijs, de verstrekte informatie en het soort product wat gekocht is.


Wat zijn de rechten en plichten†die verbonden zijn aan†tegoedbonnen?
U hoeft een tegoedbon niet te accepteren, indien er een ondeugdelijk product geleverd is. Zoals hierboven aangegeven, heeft u recht op een goed product. Indien u een eventuele tegoedbon accepteert, is het lastig om op een later moment terug te komen op dit aanbod. De verkoper mag u wel een tegoedbon aanbieden, indien u binnen een ruiltermijn het product terugbrengt en de verkoper geen vervangend product heeft. De verkoper dient aan te geven hoe lang een tegoedbon geldig is. Geeft de tegoedbon geen geldigheidstermijn aan, dan is deze 5 jaar geldig.

Aansprakelijkheid

Moet ik betalen voor schade die ik op mijn werk veroorzaak?
Als u materiŽle schade of letsel aan een collega of goederen van de werkgever veroorzaakt tijdens het werk, is in de meeste gevallen uw werkgever aansprakelijk. Uw werkgever kan de schade alleen op u verhalen als hij kan bewijzen dat u de schade met opzet of door 'bewust roekeloos handelen' hebt veroorzaakt.

Er kunnen ook afspraken zijn gemaakt over een schadevergoeding in het bedrijfsreglement, de cao of uw arbeidscontract. Daar moet u zich dan aan houden. Eventueel kunt u aan de rechter vragen of de afspraken in uw geval redelijk zijn.

Wat is opzettelijk of bewust roekeloos handelen?
Volgens de wet bent u als werknemer alleen aansprakelijk als de schade op het werk is ontstaan door opzet of ‘bewust roekeloos handelen of nalaten.’ In de praktijk is dat heel moeilijk te bewijzen.

Bewuste roekeloosheid betekent dat de werknemer overgaat tot risicovol gedrag, terwijl hij zich bewust is van het risico wat hij neemt of daar in ieder geval bewust van zou moeten zijn. De rechter kan bepalen of u opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld en daarom de aansprakelijkheid op u dient te nemen.

Wanneer is een werkgever aansprakelijk?
Als de werkgever niet aan zijn (zorg)verplichtingen voldoet, is hij aansprakelijk voor de schade van de werknemer. De bewijslast ligt bij de werkgever. Hij moet aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade volgt uit opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf. Hier is dossiervorming geboden.

Is een werkgever altijd aansprakelijk bij een bedrijfsongeval?
Als werknemer heeft u recht op een veilige en gezonde werkplek. Uw werkgever is hiervoor verantwoordelijk.

Als u bij de uitoefening van uw werk een ongeluk krijgt waardoor u schade oploopt, is sprake van een bedrijfsongeval of arbeidsongeval. Heeft uw werkgever te weinig gedaan om het risico op ongevallen en schade te beperken? Dan kunt u uw werkgever mogelijk aansprakelijk stellen voor de schade die u lijdt.

Wanneer is de inlener aansprakelijk?
In boek 7 (BW) is een bepaling toegevoegd dat de inlener aansprakelijk kan zijn omdat de feitelijke werkzaamheden bij de inlener plaatsvinden. De lagere rechtspraak lijkt vooral waarde te hechten aan de vraag of de activiteiten ook door eigen werknemers zouden kunnen worden verricht en of er sprake is van zeggenschap over het verrichten van de werkzaamheden. Immers: het werk vindt onder leiding en toezicht van de inlener plaats.

In de Arbowet staat dat de inlener als werkgever wordt beschouwd, wat inhoudt dat hij tegenover uitzendkrachten dezelfde zorg in acht moet nemen als werknemers die rechtstreeks bij hem in dienst zijn. De inlener wordt geacht maatregelen te treffen ter voorkoming van ongelukken tijdens het werk, ook voor uitzendkrachten. De kantonrechter kijkt altijd naar feitelijke omstandigheden, die doorslaggevend kunnen zijn in een aansprakelijkheidskwestie!

Wie is aansprakelijk voor schade door een verkeersongeval?
Bij een verkeersongeval kunt u soms behoorlijke schade oplopen, zowel schade aan uw vervoersmiddel of andere eigendommen als letselschade. Het kan ingewikkeld zijn om vast te stellen of u een andere partij kunt aanspreken op uw schade.

Het uitgangspunt bij een verkeersongeval is dat u zelf de schade die u door het ongeval hebt opgelopen, moet betalen. Ervan uitgaande dat u verzekerd bent voor dergelijke situaties, zal dit vaak een verzekeringskwestie zijn! Soms is echter iemand anders aansprakelijk voor uw schade. Bijvoorbeeld omdat de ander een verkeersfout heeft gemaakt.

In bepaalde situaties kunnen afwijkende regels gelden, zoals bij een aanrijding tussen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer (bijvoorbeeld auto, motor, brommer) en een niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer (zoals een fietser of voetganger).

- Wie is aansprakelijk voor een ongeval tussen twee gemotoriseerde voertuigen?
Het uitgangspunt is dat beide partijen opdraaien voor hun eigen schade. U kunt alleen uw schade vergoed krijgen als de andere partij een fout heeft gemaakt die aan zijn schuld is te wijten. Uw schade moet dan het gevolg zijn van die fout. Heeft u zelf (ook) een fout gemaakt? Dan draagt u mogelijk zelf (een deel van) uw eigen schade en moet u (een deel van) de schade van de andere partij vergoeden.

- Wie is aansprakelijk voor een ongeval tussen een gemotoriseerde en een niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer jonger dan 14 jaar?
De wet biedt extra bescherming aan jonge, niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers. Bij een aanrijding tussen een motorvoertuig en een fietser of voetganger jonger dan 14 jaar geldt het volgende.
Schade bij het kind: De bestuurder van het motorvoertuig is aansprakelijk, tenzij hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De bestuurder moet 100% van de schade vergoeden. De enige uitzondering hierop is als het kind de aanrijding opzettelijk heeft veroorzaakt. Hiervan is vrijwel nooit sprake.
Schade bij de bestuurder: Vergoeding van de schade bij de bestuurder van het motorvoertuig hangt af van de vraag hoeveel schuld de voetganger of fietser aan het ongeval had. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestuurder rekening moet houden met fouten van zwakkere verkeersdeelnemers en moet aantonen dat hem geen verwijt kan worden gemaakt van het ongeval. Als een schuldpercentage is vastgesteld, kan de rechter alsnog een lager vergoedingspercentage vaststellen op grond van “billijkheid”, bijvoorbeeld vanwege de ernst van de schade of het wel of niet verzekerd zijn van de schade.

- Wie is aansprakelijk voor een ongeval tussen een gemotoriseerde en een niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer ouder dan 14 jaar?
De wet biedt extra bescherming aan niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers. Bij een aanrijding tussen een motorvoertuig en een fietser of voetganger van 14 jaar of ouder geldt het volgende.
Schade bij de voetganger of fietser: De bestuurder van het motorvoertuig is aansprakelijk, tenzij hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De voetganger of fietser krijgt minimaal 50% van zijn schade vergoed, ook als sprake is van eigen schuld. De overige 50% wordt verdeeld, afhankelijk van fouten van beide partijen.
Schade bij de bestuurder: Vergoeding van de schade bij de bestuurder van het motorvoertuig hangt af van de vraag hoeveel schuld de voetganger of fietser aan het ongeval had. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestuurder rekening moet houden met fouten van zwakkere verkeersdeelnemers en moet aantonen dat hem geen verwijt kan worden gemaakt van het ongeval. Als een schuldpercentage is vastgesteld, kan de rechter alsnog een lager vergoedingspercentage vaststellen op grond van “billijkheid”, bijvoorbeeld vanwege de ernst van de schade of het wel of niet verzekerd zijn van de schade.

- Wie is aansprakelijk voor een ongeval tussen twee niet gemotoriseerde voertuigen?
Het uitgangspunt is dat beide partijen opdraaien voor hun eigen schade. U kunt alleen uw schade vergoed krijgen als de andere partij een fout heeft gemaakt die aan zijn schuld is te wijten. Uw schade moet dan het gevolg zijn van die fout. Heeft u zelf (ook) een fout gemaakt? Dan draagt u mogelijk zelf een deel van uw eigen schade en moet u (een deel van) de schade van de andere partij vergoeden.

Wie is aansprakelijk voor schade door een aanrijding met een dier?
Een aanrijding met een dier kan soms fikse schade veroorzaken. De bezitter (meestal is dit de eigenaar) van het dier moet uw schade vergoeden. Als u zelf ook schuld hebt aan uw schade, draagt u (een deel van) uw schade zelf. Bijvoorbeeld als uw schade groter is doordat u geen autogordel droeg.

Heeft u schade door aanrijding met een dier dat in het wild leeft, zoals een hert of wild zwijn? Dan is er geen eigenaar en daarmee in beginsel geen aansprakelijke partij. Misschien kunt u in uitzonderlijke situaties toch proberen om iemand aansprakelijk te stellen voor uw schade. Bijvoorbeeld de natuurbeheerder, gebiedsbeheerder of wegbeheerder als deze onvoldoende actie hebben ondernomen om het risico op aanrijdingen met wild te beperken.

Aansprakelijkheid voor kinderen
Als ouder of voogd kunt u zelf aansprakelijk zijn voor door uw kinderen aangerichte schade. Het is afhankelijk van de leeftijd van het kind welke vorm dat aanneemt.

Kinderen tot 14 jaar zijn niet zelf aansprakelijk.

Voor kinderen tot 14 jaar geldt dat zij volgens het burgerlijk wetboek zelf niet aansprakelijk kunnen zijn. De wet sluit dat uit. In plaats van het kind zijn dan de ouders of voogd(en) aansprakelijk. De ouders of voogden zijn echter alleen aansprakelijk:
• als de gedraging van het kind (even afgezien van de leeftijd van het kind) als ‘onrechtmatig' is aan te merken, en
• als er sprake is van een actieve gedraging

Kinderen van 14 en 15 jaar zijn zelf aansprakelijk, soms samen met ouders.

Voor kinderen in de leeftijd van veertien tot zestien jaar bent u ook aansprakelijk, tenzij u bewijst dat u al het redelijke heeft gedaan om de onrechtmatige gedraging van uw kind te voorkomen.

Kinderen van 16 jaar en ouder zijn volledig zelf aansprakelijk.

Zijn uw kinderen zestien jaar en ouder dan zijn zij geheel voor eigen doen en laten aansprakelijk. Wel zijn er situaties denkbaar waarin u naast uw kind aansprakelijk bent, bijvoorbeeld als u weet dat uw kind rondrijdt op een onverzekerde scooter en u daar niet tegen optreedt. Dit gebrek aan toezicht en optreden kan u persoonlijk worden aangerekend.

Productaansprakelijkheid
Wie een product op de markt brengt is aansprakelijk als dat product gebreken heeft waardoor schade aan derden ontstaat. Productaansprakelijkheid gaat dus echt over door het product veroorzaakte schade en niet over het kapotte product zelf. Als een product (te snel) kapot gaat, is de regeling niet van toepassing. Wellicht kunt u wel een beroep doen op garantiebepalingen.

Een product is gebrekkig als het bij normaal gebruik, voor het doel waarvoor het bestemd is, schade veroorzaakt. Is dit het geval, dan is de aansprakelijkheid eigenlijk een feit.

Bij productaansprakelijkheid zijn de volgende partijen door u als consument aan te spreken:
• de fabrikant van het product
• de zogenaamde pseudoproducent (het bedrijf dan het product niet echt geproduceerd heeft, maar wel zijn naam aan het product verbonden heeft)
• de importeur die het product de Europese Gemeenschap in gebracht heeft
• de leverancier als niet kan worden vastgesteld wie de producent of importeur is

Bij de vraag of een product gebrekkig is, gaat het er ook om hoe het product wordt gepresenteerd en tegen welke gevaren de verpakking of de gebruiksaanwijzing waarschuwt. De producent moet duidelijk maken waar het product wel of niet voor bedoeld is, zodat hierover geen misverstand kan ontstaan.

De regeling van productaansprakelijkheid is in eerste instantie bedoeld voor schade aan personen (letselschade), maar geldt ook als er schade is ontstaan aan andere goederen. Voor zaken aan andere goederen geldt een drempel van 500 euro. Dat wil zeggen dat er alleen een beroep op de productaansprakelijkheid kan worden gedaan als er zaken zijn beschadigd en de schade minimaal 500 euro bedraagt.

Een claim op grond van productaansprakelijkheid verjaart drie jaar nadat u met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent bekend bent geworden. U moet dus binnen drie jaar de leverancier (producent of importeur) aansprakelijk stellen.

Als u meent dat u slachtoffer bent van een gebrekkig product, doet u er goed aan het product veilig te stellen en overigens zo goed mogelijk te documenteren welke omstandigheden aan de orde waren toen de schade ontstond.

Wat is risicoaansprakelijkheid?
Zonder aansprakelijkheid geen schadevergoeding, dat is het systeem van de wet. Uzelf of uw wederpartij kan om verschillende redenen aansprakelijk zijn. Een veel voorkomende aansprakelijkheidsgrond is die uit artikel 6:162 BW, de hoofdregel over onrechtmatige daad.

Als u zonder serieuze rechtvaardiging het recht van een ander schendt, bijvoorbeeld door iemands eigendom te beschadigen (eigendomsrecht) of iemand te verwonden (recht op lichamelijk integriteit), dan is dat een onrechtmatige daad als u aan die beschadiging of verwonding schuld heeft. Hieraan koppelt de wet een verplichting tot schadevergoeding.

Men spreekt in dit geval van schuldaansprakelijkheid. Schuld is een ruim begrip: opzet is niet vereist, ook vormen van onvoorzichtigheid, onoplettendheid of lompheid vallen eronder. De wet spreekt ook van: een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht en strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Er bestaan ook vormen van aansprakelijkheid die eveneens onder de noemer onrechtmatige daad vallen maar waarin ‘schuld' geen rol van betekenis speelt. Het gaat daarbij veelal niet om eigen handelen of nalaten maar om personen of zaken waar u volgens de wet voor moet instaan.

Dit kan gaan om aansprakelijkheid voor:
• Gebrekkige roerende zaken
• Gebrekkige onroerende zaken: opstallen en wegen
• Producten
• Kinderen
• Dieren

Deze vormen van aansprakelijkheid noemt men kwalitatieve aansprakelijkheid of risicoaansprakelijkheid. Uw kwaliteit, dat wil zeggen uw hoedanigheid (eigenaar, ouder, dierenbezitter, enz.), bepaalt dat u een aansprakelijkheidsrisico loopt.

Overheid


Vragen betreffende het onderwerp 'Overheid' zullen later worden toegevoegd.

Arbeidsrecht

1. Arbeidscontract

Wanneer heb ik recht op een vast contract?
Uw werkgever mag niet onbeperkt uw tijdelijk contract blijven verlengen. Sinds 1 juli 2015 geldt een nieuwe ketenregeling. U heeft eerder recht op een vast contract.

De wet regelt dat uw werkgever u maximaal 2 jaar tijdelijke contracten mag aanbieden. Zodra u langer dan 2 jaar op tijdelijke contracten werkt, heeft u recht op een vast contract. Ook regelt de wet dat uw werkgever u maximaal 3 tijdelijke contracten mag geven. Een vierde contract is voor onbepaalde tijd.

Dit geldt voor tijdelijke contracten die elkaar opvolgen binnen 6 maanden. Als er een onderbreking is van meer dan 6 maanden, dan is er geen sprake van opvolgende contracten. De keten begint dan opnieuw.

Welke regels precies gelden in uw geval, hangt af van uw situatie. Er kunnen afwijkende regels gelden als er een cao op u van toepassing is. Ook kan er in sommige gevallen nog sprake zijn van overgangsrecht.

Tellen contracten bij verschillende werkgevers mee voor de ketenregeling?
Heeft u bij verschillende werkgevers gewerkt? In dat geval telt mogelijk ook het tijdelijk dienstverband mee voor het ontstaan van een vast contract. Heeft u bijvoorbeeld als uitzendkracht gewerkt en bent u daarna in dienst getreden bij de opdrachtgever? Dan telt uw uitzendovereenkomst mee voor het totaal aantal contracten en de maximale duur. Houd er rekening mee dat de cao van de inlener kan afwijken.

Belangrijk is dat de werkzaamheden die u uitvoert bij de verschillende werkgevers hetzelfde zijn gebleven. Ook moet u dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden hebben als bij uw eerdere contract. De overgang naar de andere werkgever dient aan de kant van de werkgever te liggen. Als u besluit om zelf uw contract op te zeggen, dan telt uw eerdere contract niet mee voor het aantal opvolgende contracten.


Hoe lang mag mijn proeftijd zijn?
In uw arbeidscontract kunnen u en uw werkgever een proeftijd afspreken. Tijdens die proeftijd kunnen zowel u als uw werkgever het arbeidscontract op ieder moment ťn zonder reden opzeggen. Er zijn wel wettelijke regels over de lengte van een proeftijd.

Voor de duur van de proeftijd geldt het volgende bij een contract voor:
6 maanden of korter, geen proeftijd;
meer dan 6 maanden, maar korter dan 2 jaar, maximaal ťťn maand proeftijd;
tijdelijke vervanging bij ziekte of een project zonder einddatum, maximaal 1 maand proeftijd;
minimaal 2 jaar of onbepaalde tijd, maximaal 2 maanden proeftijd.

De lengte van de proeftijd moet voor zowel u als uw werkgever gelijk zijn. Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) kan afwijken van de wettelijke regels over de lengte van de proeftijd. Het is belangrijk dat u altijd in uw cao kijkt, want de afspraken in een cao gelden boven de wettelijke regels. Bij een contract van 6 maanden of korter kan er nooit worden afgeweken bij cao.

Kan een proeftijd verlengd worden?
De duur van de proeftijd is afhankelijk van de lengte van uw contract en de cao. Een tweede proeftijd bij dezelfde werkgever is alleen mogelijk als u ander werk gaat doen of een andere functie krijgt. In alle andere gevallen is een nieuwe proeftijd niet toegestaan. Dit geldt ook als u in dienst treedt bij een werkgever die als opvolger gezien moet worden van de vorige werkgever. Dit is het geval bij een overname van een bedrijf of als u als uitzendkracht gaat werken voor de inlener.

Mag ik ontslagen worden in mijn proeftijd?
Ja! Tijdens uw proeftijd kan uw contract meteen worden opgezegd. Uw werkgever heeft daarvoor geen toestemming nodig van het UWV of van de kantonrechter. De werkgever hoeft daarbij geen opzegtermijn in acht te nemen. Ook hoeft de werkgever geen reden te geven voor het ontslag. De proeftijd dient wel geldig te zijn.

2. Arbeidsvoorwaarden

Hoe neem ik vakantiedagen op?
Uw werkgever moet u ieder jaar de gelegenheid geven om uw wettelijke vakantiedagen op te nemen. Hiervoor dient u een schriftelijk verzoek bij uw werkgever in. In principe moet de werkgever uw vakantie vaststellen naar uw wensen. In uw arbeidsovereenkomst of cao kan dit echter anders geregeld zijn.

Gewichtige redenen
Uw werkgever mag uw voorstel tot vakantie alleen weigeren als hij daarvoor gewichtige redenen heeft. Omdat uw collega en u bijvoorbeeld tegelijkertijd op vakantie gaan en er geen vervanger is. De bedrijfsvoering komt dan in gevaar. In dat geval stelt de werkgever uw vakantie vast. U heeft dan recht op een aaneengesloten vakantie van twee weken of 2 maal een week.

Beslistermijn
Uw werkgever moet binnen twee weken laten weten of hij het eens is met uw vakantievoorstel. Doet hij dit niet, dan staat uw vakantie vast naar uw wensen. Voor opname van de bovenwettelijke vakantiedagen kan een andere termijn gelden. Dit moet dan in uw arbeidsovereenkomst staan.

Wanneer is het voorstel om op andere werktijden te werken redelijk?
Of uw werkgever van u kan verlangen om op andere werktijden te werken, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Uw belang om uw werktijden te behouden wordt afgewogen tegen het belang van uw werkgever om tot wijziging over te gaan. Als bijvoorbeeld de openingstijden van de winkel waar u werkt veranderen, dan kan dat een zwaarwegend belang zijn om uw werktijden te wijzigen.

Twijfelt u of het belang van de werkgever zwaarder weegt dan dat van u? Dan kunt u beter eerst met de werkgever gaan praten. Als u er onderling niet uitkomt met uw werkgever, dan kan mediation mogelijk een oplossing bieden. In het uiterste geval kan het oordeel van de rechter gevraagd worden of de wijziging van uw werktijden redelijk is.

Wat moet ik doen als er niets is geregeld over werktijden?
Als er niets is vastgelegd of afgesproken over werktijden, geldt de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet. Deze wet regelt onder meer de maximumwerktijden, minimumrusttijden en de tijdstippen waarop niet zonder meer mag worden gewerkt.

In de Arbeidstijdenwet staat onder meer dat de werkgever, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd, bij het bepalen van werktijden rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer buiten het werk.

Hoe wordt de hoogte van mijn loon bepaald?
Voordat u een contract ondertekent en start met een nieuwe baan, bespreekt u eerst met de werkgever de arbeidsvoorwaarden. Een onderdeel hiervan is de hoogte van het te ontvangen loon.

De hoogte van het te ontvangen loon wordt meestal bepaald in een cao. Ga dus allereerst na of er een cao van toepassing is. In de cao kunt u zien welke loonschaal bij uw functie hoort. De hoogte van het loon is verder afhankelijk van de trede waarin u wordt ingedeeld. Deze indeling is afhankelijk van hoeveel ervaring u heeft, uw leeftijd en opleidingsniveau. In de cao staat ook of u recht heeft op een toeslag bij bijvoorbeeld onregelmatige diensten, werken in het weekend enz.

Is er geen cao van toepassing?Dan bepaalt de werkgever de hoogte van uw loon en eventuele toeslagen. U doet er goed aan om te vragen hoe uw werkgever de hoogte van uw loon heeft vastgesteld. Vraag hiervan schriftelijke bewijsstukken op, zodat u kunt controleren of de inschaling klopt.

Heb ik recht op uitbetaling van gewerkte overuren?
Uw werkgever hoeft in principe alleen uw contractsuren uit te betalen. In uw arbeidscontract kunt u met uw werkgever afspreken dat hij de gewerkte overuren uitbetaalt of in vrije tijd vergoedt. Staat er niets in uw contract? Kijk dan of in uw cao iets over overuren staat.

Is er niets geregeld over vergoeding van overuren? Dan kunt u uw normale uurloon over de extra gemaakte uren vragen. Dit kan alleen als uw werkgever eist dat u overuren maakt. Ook moet u de gemaakte overuren bewijzen.

3. Ontslag

Wat moet ik doen bij ontslag op staande voet?
Bij ontslag op staande voet wordt een arbeidscontract direct beŽindigd. Uw werkgever mag dit alleen, als u zich zo ernstig heeft misdragen, dat hij niet meer met u samen kan werken. Dit kunnen verschillende redenen zijn zoals diefstal, bedreiging of werkweigering. Uw werkgever hoeft daarvoor dus geen toestemming te hebben van het UWV of de kantonrechter.

Uw werkgever moet bij een ontslag op staande voet direct aangeven wat de reden is van het ontslag. Ook moet hij u vrijwel direct na het voorval ontslaan.
Bij ontslag op staande voet krijgt u per direct geen loon meer. En bij terecht gegeven ontslag op staande voet heeft u ook geen recht op een WW-uitkering.


Neem de volgende stappen:

Stap 1. Onderteken niets!!
Direct nadat uw werkgever u ontslag op staande voet geeft, moet u in actie komen.

Uw werkgever zal u hoogstwaarschijnlijk een brief meegeven of opsturen om het ontslag op staande voet te bevestigen. Sommige werkgevers bieden u een beŽindigingsovereenkomst aan of vragen u om een ander document te ondertekenen.

Onderteken niets, maar vraag of u een kopie kunt krijgen van het document en vraag advies. U loopt het risico uw rechten te verspelen als u ergens mee instemt. Meestal kunt u hier op een later moment niet meer op terug komen. Dit kan ook gevolgen hebben voor uw recht op een uitkering.

Heeft uw werkgever u niets meegegeven, reageer dan op deze mededeling. Misschien stuurt uw werkgever u later alsnog een brief. Om te protesteren hoeft u hier niet op te wachten.

Stap 2. Neem direct contact op met Han Rechtswinkel
Kom direct in actie en laat uw werkgever weten dat u het niet eens bent met het ontslag op staande voet. Het is heel belangrijk om dit zo snel mogelijk te doen, omdat u maar twee maanden heeft om de kantonrechter te vragen het ontslag ongedaan te maken. Na deze termijn van 2 maanden heeft u geen juridische mogelijkheden meer om het ontslag aan te vechten. U heeft hiervoor een gemachtigde nodig.

Uw advocaat kan nog proberen om uw werkgever over te halen om het ontslag ongedaan te maken. Uw advocaat kan uw werkgever ook vragen om het ontslag om te zetten naar een ontslag ‘met wederzijds goedvinden’ als u niet meer met uw werkgever kunt samenwerken. Als dit niet lukt, dan zal uw advocaat de kantonrechter moeten vragen het ontslag ongedaan te maken.

Mogelijk komt u voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking en krijgt u de kosten voor de advocaat vergoed.

Stap 3. Ga op zoek naar ander werk
Ontslag op staande voet betekent dat u met onmiddellijke ingang geen recht meer heeft op loon. Als het ontslag op staande voet terecht is, heeft u ook geen recht op een WW-uitkering. Ga daarom direct op zoek naar ander werk. Schrijf uzelf in als werkzoekende bij het UWV.

Stap 4. Vraag een WW-uitkering aan
U moet binnen 1 week na uw ontslag een WW-uitkering aanvragen bij het UWV.

Als u terecht op staande voet bent ontslagen dan heeft u geen recht op een WW-uitkering. Krijgt u toch een WW-uitkering van het UWV? Houdt u er in dat geval rekening mee dat u de WW-uitkering moet terugbetalen als het ontslag wordt teruggedraaid en u uw baan en achterstallig loon krijgt.

Krijgt u geen WW-uitkering en heeft u of uw partner ook geen ander inkomen? Dan kunt u een bijstandsuitkering aanvragen bij het UWV. Het UWV WERKbedrijf stuurt uw aanvraag door naar uw gemeente die uw aanvraag verder in behandeling neemt. Ga ook zo snel mogelijk op zoek naar ander werk.

Wat is een dringende reden voor ontslag?
Uw werkgever kan bijvoorbeeld een dringende reden voor ontslag hebben als:
 U zich niet gedraagt volgens de regels;
 U een misdrijf begaat, zoals diefstal, mishandeling of bedreiging van een collega;
 U eigendommen van het bedrijf beschadigt;
 Uw collega's of anderen in gevaar brengt;
 U geheimen bekend maakt;
 U werk weigert of zonder goede reden wegblijft.

Let op:
Belangrijk is dat uw werkgever zijn redenen kan bewijzen. Verder moet uw werkgever mededelen waarom u ontslagen bent. Er mag niet teveel tijd zitten tussen het voorval en het daadwerkelijke ontslag.

Ik ben op non-actief gesteld. Wat betekent dat?
De werkgever moet een ontslag op staande voet direct geven en kan daar niet te lang mee wachten. Hij kan u wel eerst op non-actief stellen, als hij iets meer tijd nodig heeft om de dringende reden te onderzoeken. U hoeft dan niet meer te werken, maar de werkgever moet wel uw loon blijven doorbetalen.

Voorbeeld: u werkt in een winkel en uw werkgever vermoedt dat u geld uit de kassa heeft meegenomen. Hij moet hiervoor bewijs hebben en onderzoeken of u degene bent die het geld heeft meegenomen. Door u op non-actief te stellen geeft hij zichzelf meer tijd om het ontslag op staande voet te geven.
Let op:
U moet tegen de non-actiefstelling protesteren en uzelf beschikbaar houden voor werk. Dit is belangrijk als later blijkt dat uw werkgever u geen ontslag geeft. U kunt dan aanspraak maken op uw loon. Twijfelt u of de werkgever u op non-actief heeft gesteld of heeft ontslagen, neem dan altijd direct contact met ons op.
Ook als u graag een voorbeeldbrief wilt om te protesteren tegen de op non-actiefstelling.

Wat is een beŽindigingsovereenkomst?
Een beŽindigingsovereenkomst is een schriftelijke overeenkomst waarin uw werkgever en u in onderling overleg afspreken om het dienstverband te beŽindigen. Ook staat erin op welke voorwaarden dat gebeurt, bijvoorbeeld welke opzegtermijn er geldt en hoeveel maanden salaris u meekrijgt. Dit heet ook wel een vaststellingsovereenkomst of ontslag met wederzijds goedvinden.

Een beŽindigingsovereenkomst kan alleen tot stand komen in onderling overleg en met goedvinden van beide partijen. U heeft dus het volste recht om te onderhandelen over de inhoud en u stemt er vrijwillig mee in.

Welke opzegtermijn moet mijn werkgever aanhouden?
Als u het samen eens bent over uw ontslag, geldt de opzegtermijn voor de werkgever. Deze is vaak langer dan die voor u als werknemer. Dit zijn de wettelijke opzegtermijnen:
 Korter dan 5 jaar in dienst: 1 maand
 5 tot 10 jaar in dienst: 2 maanden
 10 tot 15 jaar in dienst: 3 maanden
 15 jaar of langer in dienst: 4 maanden

Let op:
In uw arbeidsovereenkomst of in de cao kan een andere opzegtermijn voor de werkgever zijn afgesproken. In dat geval geldt de opzegtermijn die in uw cao staat. Kijk dat altijd na.

4. Ziekte en werk

Hoe is de loondoorbetaling bij ziekte geregeld?
Als u ziek bent, wordt uw loon doorbetaald. Het is belangrijk om te weten wie uw loon moet doorbetalen. Uw werkgever moet uw loon doorbetalen als u een contract bij uw werkgever heeft. In sommige gevallen krijgt u een Ziektewet- uitkering via het UWV. Dit is het geval als uw contract eindigt tijdens ziekte of als u via een uitzendbureau met uitzendbeding werkt.

Welke plichten heb ik als zieke werknemer?
In de eerste plaats bent u verplicht u ziek te melden bij uw werkgever. Doet u dit niet, dan hoeft deze u niet door te betalen. De regels voor ziekmeldingen vindt u vaak in uw arbeidsovereenkomst, personeelsreglement of cao.
Daarnaast bent u als werknemer verplicht alles te doen om weer aan het werk te kunnen. Daarover maakt u afspraken met de werkgever. Zo moet u redelijke maatregelen en voorschriften opvolgen, meewerken aan het plan van aanpak en passende arbeid verrichten. Zowel u als de werkgever moeten zich aan die afspraken houden.

Welke plichten heeft mijn werkgever als ik ziek ben?
Als u zich aan de regels houdt als u ziek bent, is uw werkgever verplicht uw loon door te betalen volgens de wet, uw cao of uw arbeidsovereenkomst. U moet minimaal 70% van uw loon doorbetaald krijgen tijdens de eerste twaalf maanden en in ieder geval het wettelijk minimumloon. In uw arbeidsovereenkomst of cao kan staan dat u recht heeft op meer dan dit minimum. (bijvoorbeeld 80%, 90% of 100% van uw loon).
Daarnaast moet uw werkgever er, net als u zelf, alles aan doen om u te helpen weer aan de slag te kunnen. Vaak wordt daarvoor een bedrijfsarts of re-integratiebedrijf ingeschakeld. De kosten daarvan zijn voor rekening van uw werkgever.

Wat gebeurt er als mijn arbeidscontract afloopt terwijl ik ziek ben?
Wanneer uw contract eindigt bij ziekte, krijgt u geen loon meer van de werkgever. Als u ziek uit dienst gaat, kunt u recht hebben op een Ziektewet-uitkering van het UWV. Deze bedraagt 70 % van het laatstverdiende loon. De werkgever heeft in bepaalde gevallen wel een aanzegplicht.

De werkgever dient u ziek uit dienst te melden bij het UWV. Doet de werkgever dit niet, dan kunt u eerst een brief aan de werkgever sturen waarin u verzoekt om u ziek uit dienst bij het UWV te melden. Doet de werkgever dan nog steeds niets, dan zult u zelf een brief moeten sturen naar het UWV waarin u zich ziek uit dienst meldt.

Wat kan ik doen als mijn werkgever mij niet ziek uit dienst meldt bij het UWV?
Heeft uw werkgever u niet ziek uit dienst gemeld bij het UWV? Dan kan het UWV ook geen beslissing nemen of u in aanmerking komt voor een Ziektewet-uitkering.

Vraag eerst (schriftelijk) aan uw werkgever of hij u alsnog ziek uit dienst wilt melden bij het UWV. Hiervoor kunt u gebruikmaken van onze voorbeeldbrief verzoek werkgever ziekmelding UWV.

Reageert de werkgever vervolgens niet of negatief op uw brief? Stuur dan een brief (voorbeeldbrief ziekmelding en aanvraag Ziektewet-uitkering UWV) aan het UWV waarin u aangeeft dat u zich ziek meldt en u een Ziektewet-uitkering aanvraagt.

5. Zwangerschap & werk

Kan ik worden ontslagen, omdat ik zwanger ben?
De werkgever mag u in principe niet ontslaan vanwege uw zwangerschap. Ook tijdens uw zwangerschap geldt er in principe een opzegverbod voor de werkgever. Dat betekent dat uw werkgever uw arbeidsovereenkomst niet mag opzeggen, ook niet met toestemming van het UWV of de kantonrechter.

Het opzegverbod geldt ook als uw werkgever nog niet weet dat u zwanger bent. Het opzegverbod geldt namelijk vanaf het vermoedelijke begin van de zwangerschap. Wel dient u uw zwangerschap op verzoek aan te tonen. De werkgever mag van u een verklaring van een arts of verloskundige vragen. Het opzegverbod geldt tot 6 weken na uw zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Er zijn een aantal belangrijke uitzonderingen op het ontslagverbod bij zwangerschap!

Mag ik worden ontslagen als mijn werkgever een ontslagvergunning heeft?
Bij zwangerschap en gedurende zwangerschaps-en bevallingsverlof mag de werkgever niet opzeggen ondanks een ontslagvergunning van het UWV. De werkgever mag uw arbeidscontract ook niet opzeggen binnen 6 weken nadat u weer bent begonnen met werken.

Bij bedrijfssluiting mag de werkgever wel opzeggen bij zwangerschap. Dit mag echter niet als u zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft. Neem in dit soort situaties altijd contact op met onze juristen van de Rechtswinkel

Mag ik ontslagen worden als ik nog ziek ben van mijn bevalling of zwangerschap?
Nee, als u ziek bent als gevolg van de zwangerschap of bevalling, geldt er een opzegverbod. De arbeidsovereenkomst kan wel eindigen op de afgesproken einddatum. U wordt in dat geval door de werkgever ziek uit dienst gemeld bij het UWV.

De werkgever heeft wel de verplichting om u minimaal een maand van tevoren schriftelijk te laten weten dat het contract afloopt als uw arbeidscontract minimaal 6 maanden heeft geduurd.

Hoeveel verlof krijg ik bij een zwangerschap?
Als u in loondienst werkt en zwanger bent, heeft u recht op minimaal 16 weken zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Ook uw partner heeft recht op verlof tijdens en na de bevalling.

Wanneer heb ik recht op ouderschapsverlof?
Ouders die in familierechtelijke betrekking staan tot een kind hebben recht op ouderschapsverlof. Dat wil zeggen dat u ouderschapsverlof kunt aanvragen voor biologische kinderen, adoptie-, pleeg-, en stiefkinderen.

Een belangrijke voorwaarde is dat u ouder of verzorger bent van het kind. Als u alleen verzorger bent dan moet het kind ingeschreven staan op uw adres. Ook mag het kind niet ouder zijn dan 8 jaar.

Vanaf 1 januari 2015 hoeft u niet meer minimaal ťťn jaar bij de werkgever in dienst te zijn om ouderschapsverlof te kunnen aanvragen. Wanneer er meerdere kinderen binnen het gezin wonen kunt u ook meerdere malen ouderschapsverlof aanvragen.

Het ouderschapsverlof wordt geregeld in de Wet Arbeid en Zorg. Het is echter wel van belang om in uw cao na te gaan of er afwijkende regelingen over het ouderschapsverlof zijn opgenomen. Op een aantal punten mag deze namelijk ten nadele van de werknemer afwijken.